Lake Titicaca, en hasta luego Bolivië

Na onze laatste dagen in La Paz was het tijd om verder te gaan. We nemen de bus naar Lake Titicaca, het hoogste (en superoud) meer in de wereld (3812m).

We verbleven een nacht naast het meer in Copocabana. ‘s Avonds wandelden we naar het uitkijkpunt op een berg om van de zonsondergang te genieten, maar we moesten ons spoeien en hoewel we al geacclimatiseerd zijn aan deze hoogtes blijft het toch nog altijd vermoeiend! Gelukkig waren we nog net op tijd.

Erna stapten we terug naar beneden om in een van de restaurantjes te gaan eten. We keken er naar uit want met zo’n groot meer is er natuurlijk één ding in overvloed: vis! Voor 30 bolivianos kan je al een lekkere troucha a la plancha bestellen (forel voor €4), dus na weken/maanden geen vis gezien te hebben was de keuze makkelijk gemaakt. De vis was heerlijk.

De volgende ochtend gingen we kijken aan de kerk hoe de lokale pastoor auto’s besprenkeld met wijwater, mensen komen hier elke dag staan met hun nieuwe rijtuig om deze te versieren en te laten zegenen voor goed geluk.

Erna namen we een bootje naar Isla del Sol, een eiland op het meer waar volgens de legende van de Inca’s de zonnegod Inti is geboren en zo ook het ontstaan van de Inca’s. Er staan nog enkele ruïnes en tempels op het eiland, ook van lang vóór de Inca’s en soms worden ze nog gebruikt voor rituelen en offeringen.

Na het leuke bootritje kwamen we aan in het zuiden van het eiland, dit is het meest toeristische deel van het eiland en de meeste mensen bezoeken enkel dit deel voor een paar uur waarna ze terugkeren naar Copocabana. Wij begonnen aan onze hike van een paar uur naar het noorden. Onderweg passeerden we kleine huisjes en konden we genieten van de mooie uitzichten over het meer. Op heel het eiland zijn er geen motorvoertuigen en het zware werk wordt gedaan door de vele ezeltjes.

Onderweg kwamen we een vriend tegen die we enkele weken eerder hadden leren kennen in Sucre, en die kon ons een leuk plekje aanraden om te verblijven dus dat hebben we gedaan: een klein hutje met zicht op het water.

We waren moe van het wandelen en gingen iets eten in het piepklein dorpje waarna we vroeg in bed kropen. De zon kan stevig branden maar vanaf hij achter de horizon verdwenen is wordt het superkoud, bijna vriezen. Gelukkig hadden we zware dikke dekens op ons bed om ons warm te houden.

De volgende dag verkenden we het eiland aan de noordkant: stranden met loslopende biggetjes, Chincana labyrint ruïnes, een offertafel en bergtoppen. s’ Avonds nog eens een visje eten en dan naar het hoogste punt op het eiland wandelen om de zonsondergang te zien.

De volgende dag wandelen we terug naar het zuiden van het eiland via een andere weg met als doel een boot te vinden naar het kleinere Isla de la Luna, maar dit blijkt enkel met een privéboot te gaan dus beslissen we om (na een lekkere lunch met vis) terug te keren naar Copocabana. We hadden beiden genoten van Isla del Sol. Na het drukke La Paz was dit een oase van rust en eenvoud en dit was een mooie plek om afscheid te nemen van Bolivië. Plus we hadden elk op drie dagen tijd 6 keer vis gegeten, dus de omega-3’s zitten weer goed 💪.

De 50 dagen in Bolivië waren geweldig. Het is een mooi, hectisch land vol verrassingen en met ontzettend veel te bieden. We wisten beide eigenlijk niks over Bolivië en zijn meer dan aangenaam verrast, gelukkig hadden we de mogenlijkheid om onze tijd te nemen en veel te verkennen.

Dus dinsdag staken we de grens over naar Puno, de Peruviaanse kant van Lake Titicaca. Op het eerste zicht niet zo verschillend met de Boliviaanse kant, maar we merkten wel een verschil na we een tweedaagse toer hadden geboekt: het is hier toeristischer. Op de toer bezochten we de Uros eilanden, dit volk bouwt al eeuwenlang drijvende eilandjes gemaakt van riet waar ze op wonen! Hoewel ik denk dat het nu vooral nog in stand wordt gehouden voor het toerisme, is het supercool om op zo’n eilandje te staan en te denken dat mensen zo kunnen leven.

Overnachten deden we helaas niet op een drijvend eiland, maar op een ‘echt’ eiland wat verder op het meer, Amantani. Hier werden we verdeeld onder verschillende gastgezinnen. Door het grote toerisme hier hebben de bewoners van het eiland een rotatiesysteem zodat het geld dat binnenstroomt eerlijk verdeeld wordt onder de gemeenschap.

Ook hier had ik wat dubbele gevoelens maar het was wel echt superleuk. Ons gastgezin was geweldig en ze hadden een dochter van 9 jaar die we mochten helpen met haar huiswerk wiskunde. De ouders waren heel dankbaar want omdat ze zelf vroeger niet veel school hadden, vinden ze het zelf ook moeilijke oefeningen. Het eten was superlekker met enkel groenten uit eigen tuin en de logeerkamer was super. We wandelden op het eiland naar de top voor zonsondergang en s’ avonds was er een traditioneel feest.

In ons groepje zat nog een andere toerist, een oudere vrolijke man uit Peru zelf. Maar omdat hij letterlijk bij alles een video of foto wou begon hij al snel een beetje vervelend te worden 😅.

De volgende dag namen we afscheid van ons gastgezin en bezochten we nog een ander eiland, Taquile, voor terug te keren naar Puno.

We hebben zo al een beetje kunnen proeven van Peru. Nu zitten we op het vliegtuig om een sprong naar het noorden te maken: Colombia! Klinkt als een vreemde stap, maar we komen later terug. In September komen twee van onze beste vrienden ook naar Peru dus dan wordt het dubbel zo leuk om samen te verkennen! En ik denk dat Colombia ook een ander soort reizen gaat zijn en het is leuk om eens af te wisselen.

Tot binnenkort!

One thought on “Lake Titicaca, en hasta luego Bolivië

Leave a comment