We verlaten Ecuador en zakken af richting Peru, ons laatste land in Zuid-Amerika dat op de planning staat (maar nog niet het einde van onze reis!). Enkele maanden geleden spendeerden we al 4 dagen in Peru rond het Titicacameer in het Zuiden. Nu beginnen we aan Peru vanaf het Noorden.
We kozen ervoor om via land de grens over te gaan. Het zou een lange tocht worden, maar via land is altijd avontuurlijker dan via lucht. Onze tocht begint bij Rosa thuis in Gera, Ecuador en we willen graag Chachapoyas in Peru bereiken, bijna 600km uit elkaar zonder rechtstreekse verbinding. Het is dus telkens uitzoeken welk dorp de beste volgende verbinding zal hebben en op welke manier we daar geraken. Vermoeiend, maar het gaf ook veel voldoening van hoe vlot we dit voor elkaar kregen met ons Spaans al.

Op 2 dagen zijn we er geraakt, na 9 verschillende transportmiddelen; van omgebouwde camion tot moto-taxi’s (tuktuk), van minibusjes waar onze Europese benen niet in passen tot een auto waar we met 7 in zaten. En het landschap onderweg word je nooit beu!






Onderweg hebben we geen enkele andere toerist gezien, want de weg en grenspost die voor ons het meest logische was, was totaal geen toeristische route. En dat maakt dat iedereen echt ongelooflijk vriendelijk en geïnteresseerd is. Als een voorbijrijdende moto je ziet zitten achter je kleine raampje in een minibus, beginnen ze wild te zwaaien en halen ze hun beste Engels boven: ‘ELLO!’
s’ Middags gingen we eten in een visrestaurant in Jaen, een grotere stad onderweg waar ook geen toerist op afkomt. We aten een heerlijke grote portie paella. De baas van het restaurant, Alex, hoorde van zijn medewerkers dat er toeristen in zijn restaurant zaten en hij kwam bij ons aan tafel zitten om zijn Engels te oefenen. Hij sprak perfect Engels en wou ons tips geven over Peru en zijn stad (ook al gingen we hier meteen uit vertrekken naar de volgende bestemming). Hij wou ons typische dingen van Peru laten proeven en hij gaf ons een kan chicha (gefermenteerde maisdrink) van het huis. Vervolgens vroeg hij of we al ceviche hadden gegeten; een pikant gerecht met rauwe vis, de Peruviaanse versie van sushi. Toen hij hoorde dat we het nog nooit hadden gegeten gaf hij bevel aan de keuken om ons een ‘proevertje’ te brengen. Er kwam een gigantisch bord rauwe vis waar we met drie gul van hebben gegeten. Het was uiteraard veel te veel na ons groot bord paella, maar het was zooo lekker. Ook van het huis, echt ongelooflijk.



Toen we ‘s avonds aankwamen in Chachapoyas werden we meteen verwelkomd door een groep dansers op het plein die hun traditionele dans aan het oefenen waren voor een kampioenschap komend weekend.

In de buurt van Chachapoyas is veel te zien: watervallen en grotten, mausoleums en sacrofagen uit bergen gehouwen, mummies in musea, en grote ruïnes van een oude stad zoals Machu Picchu. Hier komen dus wel toeristen op af, maar nog steeds bijna verwaarloosbaar tegenover het toeristische zuiden van Peru.





We overnachten in Cocachimba vlakbij waterval Gocta. Een van de hoogste vrijvallende van de wereld. Vanuit het piepkleine dorpje met een groot grasveld als centrale plein heb je zicht op de waterval in de verte.








Vervolgens sliepen we ook in Tingo, het dorp het dichtst bij Kuélap, de grote ruïnes. Van hieruit zijn telecabines gebouwd naar de hoge berg waar de ruïnes zich bevinden. De eerste telecabines in Peru, gebouwd in 2018: duidelijk heel veel geld in gepompt, want ze hopen ooit even populair te worden als Machu Picchu. Maar er is nog een lange weg te gaan; we waren namelijk de enigen in de bus aangelegd naar de telecabines, de telecabines draaiden enkel voor ons, en ook in de ruïnes kwamen we niemand anders tegen behalve heel veel mensen die er werken en enkel gefocust waren op ons om de juiste weg aan te duiden.

Maar het was echt de moeite! We kunnen nog niet vergelijken met Machu Picchu, maar de ruïnes waren zo groot en we waanden ons helemaal in een pre-Inca stad, want er stond tegen onze verwachtingen in meer recht dan enkel fundamenten.






Reconstructies:




De telecabines waren ook wel heel gek. Heel lang en ook de hoogste waar we ooit in hebben gezeten.

Vervolgens wouden we graag dezelfde dag Revash, de mausoleums in de rotsen gaan bezichtigen, een heel eind verder weg.
We besloten deze activiteiten zelf te doen aangezien de tours niet de combinatie aanboden van de twee zaken die wij wouden bezoeken. En wij zijn wilde avonturiers dus wij kunnen wel zelf de bus nemen daarheen enzo…
We namen een busje 1 uur van Kuelap naar Yerbabuenas, een snotdorp van waaruit we een taxi zouden moeten nemen naar de mausoleums, 30 kilometer verder. Maar in dit dorp leek niemand iets af te weten van mausoleums en vonden we niemand die daarheen wou rijden. Niemand leek ons te snappen en de helft van het dorp was zat. Geen succes dus. 😂 We stapten dan maar gewoon terug op een busje van bijna 2u richting Chachapoyas want daar hebben we s’ avonds een nachtbus te halen naar Tarapoto, richting de Amazone in Peru.

