We verlaten Ecuador en zakken af richting Peru, ons laatste land in Zuid-Amerika dat op de planning staat (maar nog niet het einde van onze reis!). Enkele maanden geleden spendeerden we al 4 dagen in Peru rond het Titicacameer in het Zuiden. Nu beginnen we aan Peru vanaf het Noorden.
We kozen ervoor om via land de grens over te gaan. Het zou een lange tocht worden, maar via land is altijd avontuurlijker dan via lucht. Onze tocht begint bij Rosa thuis in Gera, Ecuador en we willen graag Chachapoyas in Peru bereiken, bijna 600km uit elkaar zonder rechtstreekse verbinding. Het is dus telkens uitzoeken welk dorp de beste volgende verbinding zal hebben en op welke manier we daar geraken. Vermoeiend, maar het gaf ook veel voldoening van hoe vlot we dit voor elkaar kregen met ons Spaans al.
Chachapoyas
Op 2 dagen zijn we er geraakt, na 9 verschillende transportmiddelen; van omgebouwde camion tot moto-taxi’s (tuktuk), van minibusjes waar onze Europese benen niet in passen tot een auto waar we met 7 in zaten. En het landschap onderweg word je nooit beu!
Met de rugzakken altijd vanboven
Onderweg hebben we geen enkele andere toerist gezien, want de weg en grenspost die voor ons het meest logische was, was totaal geen toeristische route. En dat maakt dat iedereen echt ongelooflijk vriendelijk en geïnteresseerd is. Als een voorbijrijdende moto je ziet zitten achter je kleine raampje in een minibus, beginnen ze wild te zwaaien en halen ze hun beste Engels boven: ‘ELLO!’
s’ Middags gingen we eten in een visrestaurant in Jaen, een grotere stad onderweg waar ook geen toerist op afkomt. We aten een heerlijke grote portie paella. De baas van het restaurant, Alex, hoorde van zijn medewerkers dat er toeristen in zijn restaurant zaten en hij kwam bij ons aan tafel zitten om zijn Engels te oefenen. Hij sprak perfect Engels en wou ons tips geven over Peru en zijn stad (ook al gingen we hier meteen uit vertrekken naar de volgende bestemming). Hij wou ons typische dingen van Peru laten proeven en hij gaf ons een kan chicha (gefermenteerde maisdrink) van het huis. Vervolgens vroeg hij of we al ceviche hadden gegeten; een pikant gerecht met rauwe vis, de Peruviaanse versie van sushi. Toen hij hoorde dat we het nog nooit hadden gegeten gaf hij bevel aan de keuken om ons een ‘proevertje’ te brengen. Er kwam een gigantisch bord rauwe vis waar we met drie gul van hebben gegeten. Het was uiteraard veel te veel na ons groot bord paella, maar het was zooo lekker. Ook van het huis, echt ongelooflijk.
Toen we ‘s avonds aankwamen in Chachapoyas werden we meteen verwelkomd door een groep dansers op het plein die hun traditionele dans aan het oefenen waren voor een kampioenschap komend weekend.
In de buurt van Chachapoyas is veel te zien: watervallen en grotten, mausoleums en sacrofagen uit bergen gehouwen, mummies in musea, en grote ruïnes van een oude stad zoals Machu Picchu. Hier komen dus wel toeristen op af, maar nog steeds bijna verwaarloosbaar tegenover het toeristische zuiden van Peru.
Ontbijten in de markthal
We overnachten in Cocachimba vlakbij waterval Gocta. Een van de hoogste vrijvallende van de wereld. Vanuit het piepkleine dorpje met een groot grasveld als centrale plein heb je zicht op de waterval in de verte.
Vervolgens sliepen we ook in Tingo, het dorp het dichtst bij Kuélap, de grote ruïnes. Van hieruit zijn telecabines gebouwd naar de hoge berg waar de ruïnes zich bevinden. De eerste telecabines in Peru, gebouwd in 2018: duidelijk heel veel geld in gepompt, want ze hopen ooit even populair te worden als Machu Picchu. Maar er is nog een lange weg te gaan; we waren namelijk de enigen in de bus aangelegd naar de telecabines, de telecabines draaiden enkel voor ons, en ook in de ruïnes kwamen we niemand anders tegen behalve heel veel mensen die er werken en enkel gefocust waren op ons om de juiste weg aan te duiden.
Maar het was echt de moeite! We kunnen nog niet vergelijken met Machu Picchu, maar de ruïnes waren zo groot en we waanden ons helemaal in een pre-Inca stad, want er stond tegen onze verwachtingen in meer recht dan enkel fundamenten.
Reconstructies:
De telecabines waren ook wel heel gek. Heel lang en ook de hoogste waar we ooit in hebben gezeten.
Vervolgens wouden we graag dezelfde dag Revash, de mausoleums in de rotsen gaan bezichtigen, een heel eind verder weg.
We besloten deze activiteiten zelf te doen aangezien de tours niet de combinatie aanboden van de twee zaken die wij wouden bezoeken. En wij zijn wilde avonturiers dus wij kunnen wel zelf de bus nemen daarheen enzo…
We namen een busje 1 uur van Kuelap naar Yerbabuenas, een snotdorp van waaruit we een taxi zouden moeten nemen naar de mausoleums, 30 kilometer verder. Maar in dit dorp leek niemand iets af te weten van mausoleums en vonden we niemand die daarheen wou rijden. Niemand leek ons te snappen en de helft van het dorp was zat. Geen succes dus. 😂 We stapten dan maar gewoon terug op een busje van bijna 2u richting Chachapoyas want daar hebben we s’ avonds een nachtbus te halen naar Tarapoto, richting de Amazone in Peru.
Van het niet zo hoge Mindo zijn we gereisd naar het nationaal park Cotopaxi, wat een stukje hoger ligt. Met onze twee weken op zeeniveau in de Galapagos zijn we een groot stuk van onze hoogteacclimatisatie kwijt gespeeld. Daarom spenderen we twee nachtjes net buiten het park op 3000m om aan onze acclimatisatie te werken in een gezellig hutje waar ons ontbijt en avondeten worden geserveerd. We houden het rustig. Vanuit dit huis heb je al goed zicht op de bekende gigantische vulkaan Cotopaxi… als het niet volledig bewolkt is. We blijven in spanning afwachten tot de wolken open trekken.
Na twee nachten vertrekken we te voet naar een hoger gelegen berghut (4000m). Het eerste deel van de route passeren we enkele kleine gehuchtjes met meneertjes en mevrouwtjes die ons graag de weg wijzen, en ook verward zijn dat we niet gewoon een auto nemen. Hier wandelen duidelijk niet vaak toeristen door.
Het tweede deel gaat uren door eucalyptus bomen met hun heerlijke geur. Het laatste deel wandelen we al door een prachtig berglandschap met vrije stieren en paarden met kleintjes. Op deze stevige wandeling blijven we hopen dat het wolkendek opentrekt en Cotopaxi zich laat tonen. Maar Cotopaxi houdt ons in spanning.
We hopen Cotopaxi nog te kunnen bewonderen tijdens ons verblijf hier, want we hebben al veel mensen ontmoet die Cotopaxi niet hebben kunnen zien tijdens hun verblijf in de buurt. We arriveren in de schattige berghut van Eduardo waar we helemaal alleen zijn. Er is geen elektriciteit of bereik en alles is ingekleed met oude magazines en mountaineer-materiaal. We rusten uit in de living met een mooi panorama.
Vlak voor zonsondergang wordt Cotopaxi vrijgelaten uit de wolken en belicht door golden hour!
Ook hier wordt ons diner en ontbijt geserveerd. Echt verwennerij. We sluiten de avond af aan het kacheltje met een theetje en een babbeltje met Eduardo. Nu is het hoogseizoen en zou de berghut helemaal vol zitten met zeker 40 personen. Maar nu met de huidige situatie in Ecuador, de crisissituatie van in het begin van het jaar en de state of emergency die nog steeds aan de orde is, is het toerisme momenteel minimaal en zijn we dus de enige in de hut. Heel zielig voor diegene die leven van toerisme zoals Eduardo, want het gevaar is enkel gelokaliseerd aan de kust. In de bergen, Amazone, Galapagos is het helemaal oké.
Door een grotere uitbarsting van Cotopaxi in 2015 is de berg enkele jaren gesloten moeten blijven, vervolgens volgde de pandemie. Na enkele jaren geen gebruik te maken van de hut is men moeten beginnen aan restauraties en vernieuwing waarna nu weer een lange tijd van laag toerisme volgt.
De volgende dag doen we een hike rond Morurco, een top op de flank van Cotopaxi. Een mogelijke theorie is dat Morurco ooit het topje was van Cotopaxi die weg geslingerd werd tijdens de uitbarsting.
Cotopaxi en daaronder Morurco
Het was een ongelooflijke hike, zo prachtig, en zeker geen makkelijke route! Ons hoogste punt was 4700m en we waren niet zo ver vandaan van de sneeuw op Cotopaxi. We klauterden over losse lavastenen, houden ons evenwicht op smalle paadjes op een steile wand van los zand en rennen keihard, keilang steil naar beneden door vulkanisch zand met een eigen ontwikkelde techniek. En we kapten de stenen regelmatig uit onze schoenen. En om de tien minuten zagen we een vulkaan ver in de verte telkens een beetje exploderen!
Cotopaxi wit, Morurco ZwartOp de kont voortbewegen voor de veiligheid
In de berghut bij Eduardo ‘s avonds hield ik me bezig met mezelf bloemetjes te leren borduren op mijn hoedje. Eduardo vond het zo leuk wat ik aan het doen was dat hij me een vingerhoedje als cadeau gaf. Hij wist ons toen te vertellen dat hij zelf naait. Alles in de hut is zelf gestikt; bedlinnen, tafellakens, kussens, gordijnen, overtrek van de zetels… hij maakt zelfs zijn eigen trekrugzakken en wandelbroeken. Hij toonde ons zijn eerste trekrugzak. Ongelooflijk!
En Alexander kon een vosje spotten
De volgende dag wandelen we terug naar het dichtstbijzijnde dorp beneden. Zo steil naar beneden is ook vermoeiend voor de beentjes. We nemen meteen een bus naar Latacunga waar we een nachtje verblijven voor we aan onze volgende driedaagse beginnen: de Quilotoa loop. Onlogische naam, want het is geen loop tenzij je de bus meetelt naar het begin punt en van het eindpunt terug naar Latacunga. Het is een hike van klein dorpje naar klein dorpje en eindigt aan het meer van Quilotoa. Dit is weer een meer in een gigantische krater van een inactieve vulkaan. Onderweg ga je héél veel op en neer.
Vanuit de bus spotten we dit race-team
Vanuit Latacunga neem je een bus naar een klein dorpje genaamd Sigchos. De eerste dag wandelen we naar Insinlivi. Onderweg passeren we inieminie dorpjes en iedereen is zo vriendelijk! Alle honden lopen hier los, zoals overal in Zuid-Amerika. We komen een jongen tegen die zijn hond aan het zoeken is want die is de berg opgelopen. Hij vraagt ons de witte hond naar beneden te sturen als we hem tegenkomen. Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De witte hond wou op avontuur en wou alles behalve naar beneden. De dagen erop lieten uitwijzen dat er altijd wel een ‘hondje van de dag’ was dat ons vergezelde en de weg toonde.
Deze reuzen groeien als onkruid in Ecuador
In Insinlivi verwenden we onszelf op een zalig hostel. Er was een sauna en jacuzzi en gratis yoga lessen. We leerden er zoveel fijne avontuurlijke mensen kennen tijdens het familiediner ‘s avonds. We waren eigenlijk de jongsten daar. Het hostel was gevuld met ouderen die de wereld rondreizen, of regelmatig verhuizen naar een ander land, de yoga lesgever is een Argentijn die naar Spanje is verhuisd voor de verandering en een maand vrijwilligerswerk doet hier in het hostel. Er waren zelfs twee mensen van Antwerpen! Een man die van Antwerpen naar Ecuador is verhuisd en een Indiër die naar Antwerpen is verhuisd en zijn Antwerpse vriend nu bezoekt in Ecuador.
De mensen die we hier ontmoeten die ook de loop aan het wandelen zijn worden onze loop-vriendjes. We verblijven de volgende dagen ook in dezelfde hostels samen. Hyemin, een 41 jarige Zuid-Koreaanse die haar werk heeft opgezegd om haar droom tot vervulling te brengen om de wereld rond te reizen, en Eliane en Dennis: een Zwitserse en Amerikaan die van Amerika naar Ecuador zijn verhuisd drie maanden geleden. Een avontuurlijk koppel dat elkaar nog maar anderhalf jaar geleden ontmoet hebben in Amerika.
Van Insinlivi wandelen we naar Chugchilan. De enkele huisjes in the middle of nowhere die je tegenkomt onderweg en enkel kan bereiken via steile wandelpaden zijn ongelooflijk! De mensen die hier leven met hun baby of kinderen hebben een maisveld, een koe en drie meloenen.
Het hondje van de dag is een hondje dat met een andere groep mensen die in de andere richting wandelen de berg heeft beklommen. Ze vragen ons om het hondje terug mee naar beneden te nemen. Het hondje komt met alle plezier met ons mee. Na enkele uren wandelen en een lunch met het hondje later komen we in een klein gehuchtje; een kleurige kerk met vier huisjes rond en zelfs een schooltje! Hier was het duidelijk dat het hondje terug thuis was na zijn lange avontuurlijke dag. Hij loopt naar een van de huisjes, zegt dag aan de kindjes, komt even teruggelopen om ons dag te zeggen en verdwijnt naar binnen in het huisje.
Zoek Alexander
We verblijven met ons groepje in een hostel dat wederom leeg is desondanks het hoogseizoen. De mensen zijn steeds zo dankbaar dat jij er wél bent. Als je door het dorp loopt met je rugzak doen ze teken van binnenuit om binnen te komen in hun hostel. Heel moeilijk.
De laatste dag wandelen we naar Quilotoa.
Deze mooie bloempjes groeien overal. Dit zijn de bloempjes van een bonenplant!
Schoon boontje
Het laatste deel had veel haarspeldbochten naar boven naar de rand van de krater. We zagen al van ver dat er helemaal bovenaan iemand zat die ons in het oog had gedurende de lange route naar boven. We lachten dat er iemand ons aan het ‘opwachten’ was. En niets was minder waar. We komen uitgeput boven aan, en daar zit Maria die ons uitnodigt om uit te rusten met een theetje of koffietje in haar hutje aan de rand van de krater. Ze serveert ons een coca-theetje (goed voor de hoogte) bereid op haar houtvuur. Ze wandelt elke dag anderhalf uur de berg op met bidons water. Het is bijna 17u, we zijn haar eerste klanten vandaag. We weten dat we ook de laatste zullen zijn vandaag. Aan onze drie theetjes heeft ze 4,5$ verdiend.
We moeten nog een stukje rond de krater wandelen naar het dorp waar we slapen vannacht, gelegen bovenaan naast de krater. Van zodra we dichtbij het dorp komen beginnen we al te merken dat dit een andere soort ervaring gaat worden dan de vorige kleine dorpjes. Vlak voor het dorp komen we op de trail een jongetje tegen dat ons de weg wilt tonen, ook al is er maar 1 pad. Hij leidt ons naar zijn vader en zijn zusje die wat verder op de trail zitten om te bedelen bij passerende toeristen. Vervolgens moeten we 2$ inkom betalen om de trail te verlaten en het kleine dorp in te kunnen. Het hostel dat we uitkozen probeerden ons eerst 3x zoveel aan te rekenen dan de prijs online. De mooie, eerlijke, rustige loop met oprechte mensen eindigde in een ander soort wereldje. Naar dit dorp komen toeristen rechtstreeks met de bus om de vulkaan te bewonderen en dat zorgt ook voor een andere sfeer.
Toch was het prachtig en we sloten dit avontuurtje af met onze lieve nieuwe vriendjes.
Familiefoto met laatste hondje van de dag
Na 6 dagen hiken aan een stuk nemen we een rustdagje vandaag en bussen we naar het gebied rond Chimborazo, een inactieve vulkaan en het hoogste punt van de wereld. ?! Ja, ja, het hoogste punt van de wereld; vergeet Mount Everest. Chimborazo is het échte hoogste punt van de wereld, maar daarover binnenkort meer.
Onze eerste Ecuadoraanse stop was Otovalo, een stadje omgeven door bergtoppen en vulkanen. De traditioneel geklede vrouwen zijn prachtig met gouden kralenkettingen en elegante schoentjes. We voelden meteen dat Ecuador echt ons ding ging worden.
We maakten een hike rond de krater van een vulkaan, gevuld met een prachtig blauw meer.
En we bezochten ook een waterval en een poncho markt.
Met de bus gingen we naar hoofdstad Quito, want ‘s ochtends hadden we onze vlucht naar de Galapagos eilanden! We kochten nog snel twee snorkels in de speelgoedwinkel en we waren helemaal klaar voor ons snorkelavontuur.
De Galapagos eilanden zijn vooral bekend van Darwin zijn evolutietheorie die hier tot stand is gekomen. De eilanden zijn gevormd door vulkanische activiteit. Hoe bepaalde soorten op deze eilanden zijn geraakt is soms een waar raadsel. Er zijn verschillende theorieën. Slakjes zijn bijvoorbeeld mogelijks op de eilanden aangekomen door mee te reizen op de poten van vogels. De beestjes en planten op de verschillende eilanden zijn dan zo beginnen evolueren dat ze vandaag de dag totaal verschillen van elkaar op de verschillende eilanden. De vinkjes hebben verschillende grootte van bekjes wegens verschillende soorten zaden, de schilden van de landschildpadden verschillen in vorm…
Lavastromen op het strand
We kwamen aan op eiland San Cristobal, we wisten niet helemaal wat te verwachten. Toen we voor het eerst naar het strand wandelden en zagen dat dat vol lag met zeeleeuwen waar je gewoon tussen kan wandelen wisten we meteen dat dit een ongelooflijke twee weken gingen worden.
Onze eerste snorkelsessie was op een afgelegen strand waar we een uurtje naartoe zijn gewandeld. We waren bijna alleen op het strand, samen met de zeeleeuwen en varanen.
In het water zagen we al snel hele grote zeeschildpadden. Was echt adembenemend om daar vlakbij te zwemmen. Maar er zijn er zoveel dat het na twee dagen zelfs niet meer zo speciaal is om een schildpad tegen te komen in het water. 😄
Rond de middag gaan de varanen algen eten in het water. Ze wandelen heel traag op het strand, op hun hoede, maar van zodra ze het water in wandelen zwemmen ze heel vlot en trekken ze zich niets meer aan van je aanwezigheid. Ze bewegen zich kronkelend voort in het water en duiken naar de bodem. Daar wandelen ze doodnormaal minutenlang onder water over de rotsen om algen te eten. Het zijn echt gekke monstertjes.
Op onze eerste snorkeltour gingen we met een boot volledig rond het eiland met drie snorkelspots. We zwommen tussen Kicker rock. Een prachtige rotsformatie in het midden van de oceaan. Toen we van de boot sprongen en onder ons keken zagen we gewoon een donkerblauwe diepte van 50m. Dat was heel spannend in het begin, want we hebben totaal geen snorkel of duikervaring. Tussen de rots was het minder diep en zagen we prachtige vissen en zeesterren langs de wand. We hadden geluk want we zagen ook meerdere hamerhaaien rond de rots. ze zwommen zo’n vier meter onder ons, dus niet vlakbij, maar toch duidelijk! Hier zagen we ook een grote eagelray (rog).
Later op de tour werden de vislijnen opgesteld en vingen we een grote Baracuda van 20kg. Na een volgende snorkelspot werd de verse vis geserveerd als sashimi.
Maar toen we met de dode vis aankwamen op de volgende snorkelspot waar we rifhaaien zouden kunnen spotten begonnen de haaien al heel snel actief rond onze boot te zwemmen opzoek naar onze grote vangst die vanachter op de boot bloed aan het lekken was. Iemand stak zijn GoPro op een stok in het water om hen te filmen, maar die werd al snel afgebeten door de haaien en is niet meer teruggevonden. Er was ons verteld dat rifhaaien niet gevaarlijk zijn, maar we hadden toch onze bedenkingen gekregen bij die afgebeten GoPro stick. Gelukkig moesten we niet tussen deze haaien het water in springen, maar we gingen aan wal en na een wandelingetje kwamen we aan in een andere baai. In deze baai hebben we gesnorkeld bij wit- en zwarttiprifhaaien. Deze lagen meestal rustig op de bodem en er zijn geen armen of benen afgebeten. Toch spannend!
Er was ook 1 speelse kleine zeeleeuw die de show kwam stelen. Hij kwam telkens ondersteboven aanzwemmen naar ons gezicht en vlak voor ons tuimelde hij dan weg. Als je mee dook en tuimelde werd zijn interesse groter en hij wijkte niet meer van onze zijde. Dat was zo leuk!!
We mochten onszelf gelukkig prijzen dat we zoveel gezien hadden aangezien anderen zelden hamerhaaien zien daar, zelfs niet met een duiktour. En alsof we nog geen geluk genoeg hadden gehad lieten vlak voor het einde van de tour zich nog een bultrugwalvis en zijn kleintje tonen! Het kleintje maakte zelfs een sprongetje voor ons!
We bezochten het breedingcenter van de landschildpadden. Hier zagen we onze eerste reusachtige schildpadden. Of dachten we toch, want later bleek dat die op de andere eilanden nog véél groter waren! Ze houden de baby schildpadden bij tot 10 jaar. Pas dan zijn ze groot genoeg om in het wild veilig vrij te laten.
4 maanden 10 jaar65 jaar
Ze weten nog niet echt hoe oud ze echt kunnen worden, want zo lang worden ze nog niet bestudeerd, maar 1 schildpad die mee was genomen naar Engeland ten tijde van Darwin heeft 176 jaar geleefd. De schildpadden die in hun juiste leefomgeving en -omstandigheden blijven zouden waarschijnlijk dus nog langer leven dan dat. En de grootste kunnen tot 200kg wegen!
Na 2 zeeeer wilde ferry’s van in totaal bijna 5u kwamen we aan op het grootste eiland Isabela. Het dorp op dit eiland voelde het meest als een ‘afgelegen eiland-dorp’ met zanderige hoofdwegen en een plas met flamingo’s midden in het dorp.
Op een bepaalde plek, een eindje wandelen, kwam je altijd landschildpadden tegen in het wild, die al een stuk groter waren dan op San Cristobal.
Ook hier maakten we een snorkeltour naar een uniek landschap: tunnels gecreëerd door lavastromen die nu onder water staan. De lavastromen stolden eerst aan de buitenkant en binnenin bleef de lava stromen. Zo zijn er tunnels en bogen ontstaan.
Hier zagen we weer heel veel rifhaaien, deze keer van nog dichterbij. Ook een school van roggen. En nog magischer: zeepaardjes! Groter dan we ze ooit zagen in aquariums; zeker 15cm groot!
En ook deze keer mochten we kennismaken met een speels, geïnteresseerd klein zeeleeuwtje.
Op de tunnels konden we ook bluefooted boobies bewonderen. Dit zijn vogels met blauwe pootjes. Hoe meer sardientjes ze kunnen vangen hoe blauwer hun poten worden, hoe meer succes ze hebben bij de vrouwtjes. De mannetjes maken een nest door kak in het rond te spuiten in een cirkel en gaan dan zingen terwijl ze dansen met hun blauwe pootjes om ze te showen aan de voorbij vliegende vrouwtjes. Heel lief om te zien!
‘s Avonds na de tour gingen we met iedereen eten en het was echt een superleuke avond. Het is leuk om terug zo veel mensen te leren kennen, want voor een of andere reden hebben we in Colombia echt weinig mensen ontmoet. In deze groep zit een Nederlands koppel waar we achteraf nog vaker met afspreken.
Op Isabella bezochten we een immense krater van 10 diameter doorsnede. Moeilijk te vatten hoe groot deze vulkaan is! Om de zoveel jaar barst hij niet-explosief uit. Dan pruttelt er een deeltje lava uit. Vervolgens wandelden we nog over een ruw lavalandschap. De volledige eilanden zijn lavasteen en dorre planten en cactussen maar omdat deze lavastenen vers zijn is er hier nog geen begroeiing.
Zoek een beestje
Er is 1 zeer populaire bar op Isabella op het strand: the pink iguana (iguana=varaan) voor een of andere reden zitten hier altijd belachelijk veel varanen, zelfs op de muren achter de toog.
Zoek 4 varanen
Eiland Isabela won met hun grootste populatie aan varanen. Kijk uit waar je wandelt, ze vallen niet altijd op. 😉 Vind jij 40+ varanen op deze lavasteen?
Vervolgens gingen we naar Santa Cruz. Hier snorkelden we nog op onszelf op de stranden en zagen we baby haaien: rifhaaien en een kleine mini hamerhaai.
Ook gingen we nog eens opzoek naar landschildpadden, want we hadden gehoord dat deze drie keer groter zouden zijn dan diegene die we op Isabella in het wild zagen. Dat was moeilijk te geloven en we gingen er vanuit dat dit wel wat overdreven was, maar niets was minder waar! Deze dikke jongens kwamen bijna tot aan de heup hoog als ze op hun poten stonden. We moeten altijd twee meter afstand houden van alle dieren, dus de verhouding is soms moeilijk vast te leggen maar hopelijk kunnen jullie juist opvatten hoe groot deze dinosaurussen zijn.
Klein geel vogeltje for scaleAlexander for scaleTurtle turt for scale
Hier op de ranch konden we ook door droge lavatunnels wandelen. Echt niet te vatten.
Vanop de pier in de haven in het centrum van het dorp zie je tientallen baby haaien en cownose rays voorbij zwemmen. Het blijft verbazingwekkend!
Het is kreeftenseizoen! Duurt blijkbaar maar enkele weken dus alle restaurants waren heel trots met hun kreeften aan het rondlopen door de straat om u te overtuigen. We hebben ons laten verleiden en hebben een grote kreeft besteld, maar dit restaurant had niet eens de tools, dus we hebben extra lang plezier gehad van ons kreeftje op te smikkelen met enkel een vork en een botermes. 😂
We sluiten af op ons eerste eiland, misschien toch wel ons favoriete eiland. Hier leven de meeste zeeleeuwen. Ze liggen gewoon in de straten en bezetten alle bankjes. En ze zijn zo actief en luidruchtig hier, gewoon hilarisch. We kunnen blijven kijken naar hen, ‘t is beter dan tv; zo entertainend. Ze hebben een breed assortiment aan hilarische geluiden.
We sluiten ons Galapagos avontuur af op het afgelegen strand waar ons avontuur begon. Snorkelden een laatste keer met vele schildpadden, heel veel varanen, en uiteraard met een speels, geïnteresseerd zeehondje.
Op de Galapagos ontmoetten we 4 personen opnieuw die we eerder ontmoet hebben. Orrin, die we leerden kennen 3 maand geleden op de Spaanse school in Bolivië! Hannah, die we ook leerden kennen in Bolivië. En Franzeska en Jonas die we in Buenos Aires leerden kennen toen we 2 dagen op reis waren! Met hen delen we nog een Airbnb op onze twee laatste nachten op de Galapagos. Zuid-Amerika is dan toch kleiner dan je denkt 😄
Een lijstje van de dieren de we hebben gezien:
Zeeleeuwen
Dikke zee-egels
Zeeschildpadden
Zeevaraan
Zeesterren: dikke gele, dikke oranje en smalle blauwe