Bogotá

We zouden aankomen in Bogotá rond 20u vrijdagavond. Maar de busrit duurde iets langer dan gepland, waaronder pauze van een uur halfweg zodat de chauffeur de eerste helft kon zien van Colombia – Costa Rica in de Copa Americana.

Het was vrijdag maar omdat we pas rond 23u aangekomen waren, zijn we maar iets gaan drinken in een cafeetje om de hoek bij ons hostel en dan gaan slapen. De volgende dag gingen we sowieso uitgaan (in de grootste club van zuid Amerika!).

Onze eerste dag in Bogotá bezochten we het goudmuseum. Dit museum bevat een gigantische collectie goudwerken van verschillende stammen en volkeren die vroeger op dit continent leefden. Voor hun was het goud van belangrijke waarde in religieuze rituelen, en ze beschikten over verschillende technieken om de metalen te smelten in fijne voorwerpen. Dit was een leuk museum om te leren over de culturen, en ik heb nog nooit zo veel goud bij elkaar gezien!

‘s Avonds hebben we wat mensen leren kennen in ons hostel waarmee we naar THEATRON vertrokken. Het is de grootste club van de Amerikas en bevat vanbinnen zo’n 19 clubs met een verschillende muziekstijl per kamer! Bovendien was het de internationale pride Day dus het ging sowieso feest zijn. In ons hostel werkte ook een partyhost die ons de weg ging wijzen in de club en ervoor ging zorgen dat het de beste avond ooit ging worden. Maar het was allemaal een beetje te veel hype en het zou denk ik al leuker geweest zijn zonder hem. Beste avond ooit was het niet, maar we hebben ons wel goed geamuseerd! En het was leuk om van club naar club te gaan.

Na uitslapen de volgende dag zijn we naar een gratis kunstmuseum gegaan met een grote collectie kunstwerken van Botero. We hadden in Medellín al veel van zijn beelden gezien en we zijn wel fan van zijn herkenbare mollige stijl.

Dan hebben we een taxi genomen naar het park want daar ging de pride parade beginnen. Dat is altijd feest.
Dan zijn we 1,5km gewandeld naar een fruitmarkt, maar dat was toch nog maar eens een herinnering om beter een taxi te nemen in een wijk die je niet kent… Gelukkig is er niets gebeurd maar helaas was de fruitmarkt al dicht.

We hebben de dag afgesloten met een dessert te gaan eten samen met Irene, die we een maand eerder in Minca hadden leren kennen.

De volgende ochtend hebben we een traditionele chocomelk besteld in de oudste pasteleria van Bogotá. Chocolate santafereño is vernoemd naar de voormalige naam van de stad en is geserveerd met een broodje, chocomelk en kaas. De kaas gooi je in de chocomelk om te smelten. Speciale combinatie maar niet slecht (hoewel ik wel meer fan ben van de Belgische Pashka 😜).

De rest van de dag was zoals gewoonlijk wat rondhangen en veel koffie drinken. In Colombia hebben we ook veel gek fruit leren kennen!

Dinsdag hebben we in de voormiddag een Walking tour gedaan en wat meer te weten gekomen over Bogotá geschiedenis. In de namiddag een derde keer van hostel veranderd, want het is leuk om in zo’n grote stad op een andere plek te verblijven voor de afwisseling. ‘s Avonds zijn we in een pub voetbal gaan kijken Colombia tegen Brazilië. We zijn beide niet zo’n voetballiefhebbers maar het is wel leuk om mee in de sfeer te zitten.

Onze laatste dag hier hebben we afgesloten met het beklimmen van Monserrate, een hoge berg die ver boven Bogotá uitsteekt met een mooi zicht over de stad. Maar wel stevig stappen, en leuker dan met de kabelbaan omhoog gaan.

Erna zijn we vertrokken naar enkele kleinere dorpjes richting San Gil. En daar stond mij een sprong van 140m te wachten. Binnenkort hier meer over 😜.

Lake Titicaca, en hasta luego Bolivië

Na onze laatste dagen in La Paz was het tijd om verder te gaan. We nemen de bus naar Lake Titicaca, het hoogste (en superoud) meer in de wereld (3812m).

We verbleven een nacht naast het meer in Copocabana. ‘s Avonds wandelden we naar het uitkijkpunt op een berg om van de zonsondergang te genieten, maar we moesten ons spoeien en hoewel we al geacclimatiseerd zijn aan deze hoogtes blijft het toch nog altijd vermoeiend! Gelukkig waren we nog net op tijd.

Erna stapten we terug naar beneden om in een van de restaurantjes te gaan eten. We keken er naar uit want met zo’n groot meer is er natuurlijk één ding in overvloed: vis! Voor 30 bolivianos kan je al een lekkere troucha a la plancha bestellen (forel voor €4), dus na weken/maanden geen vis gezien te hebben was de keuze makkelijk gemaakt. De vis was heerlijk.

De volgende ochtend gingen we kijken aan de kerk hoe de lokale pastoor auto’s besprenkeld met wijwater, mensen komen hier elke dag staan met hun nieuwe rijtuig om deze te versieren en te laten zegenen voor goed geluk.

Erna namen we een bootje naar Isla del Sol, een eiland op het meer waar volgens de legende van de Inca’s de zonnegod Inti is geboren en zo ook het ontstaan van de Inca’s. Er staan nog enkele ruïnes en tempels op het eiland, ook van lang vóór de Inca’s en soms worden ze nog gebruikt voor rituelen en offeringen.

Na het leuke bootritje kwamen we aan in het zuiden van het eiland, dit is het meest toeristische deel van het eiland en de meeste mensen bezoeken enkel dit deel voor een paar uur waarna ze terugkeren naar Copocabana. Wij begonnen aan onze hike van een paar uur naar het noorden. Onderweg passeerden we kleine huisjes en konden we genieten van de mooie uitzichten over het meer. Op heel het eiland zijn er geen motorvoertuigen en het zware werk wordt gedaan door de vele ezeltjes.

Onderweg kwamen we een vriend tegen die we enkele weken eerder hadden leren kennen in Sucre, en die kon ons een leuk plekje aanraden om te verblijven dus dat hebben we gedaan: een klein hutje met zicht op het water.

We waren moe van het wandelen en gingen iets eten in het piepklein dorpje waarna we vroeg in bed kropen. De zon kan stevig branden maar vanaf hij achter de horizon verdwenen is wordt het superkoud, bijna vriezen. Gelukkig hadden we zware dikke dekens op ons bed om ons warm te houden.

De volgende dag verkenden we het eiland aan de noordkant: stranden met loslopende biggetjes, Chincana labyrint ruïnes, een offertafel en bergtoppen. s’ Avonds nog eens een visje eten en dan naar het hoogste punt op het eiland wandelen om de zonsondergang te zien.

De volgende dag wandelen we terug naar het zuiden van het eiland via een andere weg met als doel een boot te vinden naar het kleinere Isla de la Luna, maar dit blijkt enkel met een privéboot te gaan dus beslissen we om (na een lekkere lunch met vis) terug te keren naar Copocabana. We hadden beiden genoten van Isla del Sol. Na het drukke La Paz was dit een oase van rust en eenvoud en dit was een mooie plek om afscheid te nemen van Bolivië. Plus we hadden elk op drie dagen tijd 6 keer vis gegeten, dus de omega-3’s zitten weer goed 💪.

De 50 dagen in Bolivië waren geweldig. Het is een mooi, hectisch land vol verrassingen en met ontzettend veel te bieden. We wisten beide eigenlijk niks over Bolivië en zijn meer dan aangenaam verrast, gelukkig hadden we de mogenlijkheid om onze tijd te nemen en veel te verkennen.

Dus dinsdag staken we de grens over naar Puno, de Peruviaanse kant van Lake Titicaca. Op het eerste zicht niet zo verschillend met de Boliviaanse kant, maar we merkten wel een verschil na we een tweedaagse toer hadden geboekt: het is hier toeristischer. Op de toer bezochten we de Uros eilanden, dit volk bouwt al eeuwenlang drijvende eilandjes gemaakt van riet waar ze op wonen! Hoewel ik denk dat het nu vooral nog in stand wordt gehouden voor het toerisme, is het supercool om op zo’n eilandje te staan en te denken dat mensen zo kunnen leven.

Overnachten deden we helaas niet op een drijvend eiland, maar op een ‘echt’ eiland wat verder op het meer, Amantani. Hier werden we verdeeld onder verschillende gastgezinnen. Door het grote toerisme hier hebben de bewoners van het eiland een rotatiesysteem zodat het geld dat binnenstroomt eerlijk verdeeld wordt onder de gemeenschap.

Ook hier had ik wat dubbele gevoelens maar het was wel echt superleuk. Ons gastgezin was geweldig en ze hadden een dochter van 9 jaar die we mochten helpen met haar huiswerk wiskunde. De ouders waren heel dankbaar want omdat ze zelf vroeger niet veel school hadden, vinden ze het zelf ook moeilijke oefeningen. Het eten was superlekker met enkel groenten uit eigen tuin en de logeerkamer was super. We wandelden op het eiland naar de top voor zonsondergang en s’ avonds was er een traditioneel feest.

In ons groepje zat nog een andere toerist, een oudere vrolijke man uit Peru zelf. Maar omdat hij letterlijk bij alles een video of foto wou begon hij al snel een beetje vervelend te worden 😅.

De volgende dag namen we afscheid van ons gastgezin en bezochten we nog een ander eiland, Taquile, voor terug te keren naar Puno.

We hebben zo al een beetje kunnen proeven van Peru. Nu zitten we op het vliegtuig om een sprong naar het noorden te maken: Colombia! Klinkt als een vreemde stap, maar we komen later terug. In September komen twee van onze beste vrienden ook naar Peru dus dan wordt het dubbel zo leuk om samen te verkennen! En ik denk dat Colombia ook een ander soort reizen gaat zijn en het is leuk om eens af te wisselen.

Tot binnenkort!

La Paz

We arriveerden in La Paz vol verwachting. Ik had al veel gehoord en gelezen over de stad en toen we in de ochtend arriveerden met zicht over alle lichtjes in de vallei werden we meteen fan. De stad met 850 000 inwoners bevindt zich op een hoogte van 3500 tot 4000m en je kan je makkelijk verplaatsen met één van de tientallen kabelbanen!

Dit is zeker een favoriete activiteit van ons met de vele mooie uitzichten over de stad. Zo zijn we op zondag naar de wekelijkse gigantische markt gegaan in El Alto, het hoge deel van de stad. Deze markt is de grootste van Bolivië (en misschien wel de wereld?). Alles is hier te koop: kleren, specialiteiten, auto-onderdelen, motors, medicijnen, gekopieerde dvd’s, usb sticks met muziek, willekeurige rommel, afstandsbedieningen voor elk tv model, leren jassen, … je kan er zelfs tattoo’s laten zetten! Wel is de kwaliteit afwachten als de tattoo-studio een kruiwagen en een plastiek tuinstoeltje is. Na twee uur rondwandelen hadden we nog niet alles gezien. Ik heb een nieuwe t-shirt gekocht voor €2,50 en Margo een pak van 240 kauwgums voor 60 cent.

Daarna zijn we rechtstreeks vertrokken naar een show van Cholitas Wrestling. Een act waar niet alleen mannelijke boksers elkaar op de grond gooien maar ook de vrouwen, in traditionele kleren compleet met rok, lange vlechten, sandalen en bolhoed. Hoewel het zeker toneel is, waren het toch indrukwekkende stunts en zag het er ook vaak pijnlijk uit hoe ze elkaar op de grond gooiden in de ring.

De volgende dag hebben we een wandeltour gedaan met een super enthousiaste gids die ons meer vertelde over de speciale gewoontes en plaatsen in La Paz. Één van die tradities is regelmatig offers doen aan patchamama (moeder aarde), dit kan zijn voor goed geluk, gezondheid, voor het bouwen van een nieuw huis, … Dan verbranden ze enkele planten met suikerfiguurtjes en een dode babylama. Volgens legende gebruikte ze soms voor het bouwen van een groot gebouw geen lama’s maar mensen! Daklozen werden dan uitgenodigd en dronken gevoerd op het feest om ze dan levend te begraven met zand of beton! Blijkbaar zou het nu niet meer gebeuren…

De heksenmarkt

Dan is er ook nog de San Pedro prison, deze gevangenis wordt wel de vreemdste gevangenis ter wereld genoemd. Deze ligt in het midden van La Paz vlak naast ons hostel. Gevangenen moeten hier inkom betalen en hun eigen cel kopen of huren. Vrouwen en kinderen mogen vrij binnen en buiten omdat ze er ook wonen. Binnen de muren zijn geen bewakers dus de gevangenen hebben hun eigen besturingssysteem waarbij ze overtreders zelf een kopje kleiner maken. Er zijn restaurants en winkeltjes uitgebaat door gevangenen om geld te verdienen, zonder geld overleef je niet omdat er te weinig eten voorzien wordt. Ook zou in deze gevangenis de beste cocaine gemaakt worden. 20 jaar geleden kon je als tourist een tour doen in de gevangenis met als gids Thomas, een Engelse smokkelaar die er 4 jaar vast zat, en als je genoeg betaalde kon je er zelfs de nacht spenderen om te feesten! Marching powder is een boek over Thomas zijn 4 jaar in de gevangenis. Superfascinerend en schokkend, het is bijna niet te geloven dat het waargebeurd is, echt aan te raden om te lezen!

Rondleiding van ‘crazy Dave’, die verhalen verteld over zijn 16 jaar opsluiting in de gevangenis.

De tours in gevangenis zijn niet meer, maar een andere vreemde attractie is Death Road: met een mountenbike 60km bergaf rijden op een weg waar meer dan 4000 mensen zijn overleden. Deze veel te smalle weg was tot 2006 in gebruik als hoofdweg in tweerichtingsverkeer, maar de steile afgronden zorgden dat er geen ruimte was voor fouten. Nu is het vooral nog gebruikt voor fietstours maar ook hierbij gebeurden nog ongelukken. Op 15 jaar zijn er ook al 40 mensen overleden, maar vaak door onvoorzichtigheid. Zo was de laatste persoon zichzelf aan het filmen tijdens de rit waardoor hij over de rand was gereden…


Met een beetje voorzichtig te zijn viel het wel mee, en de omgeving was prachtig. Beginnen hoog in de bergen op 4000m en eindigend in de jungle op 1500m, waar we konden afkoelen in een zwembad.

Dan was het tijd voor de grote uitdaging: het beklimmen van Huayna Potosi. Deze berg van 6088m is vrij toegankelijk voor onervaren mountaineers, maar dat maakt hem nog niet makkelijk. De eerste twee dagen vallen mee, vooral acclimatisatie op 4500m en 5200m en een initiatieles ijsklimmen. Maar dag drie staan we op om 12u ‘s nachts om de resterende 888m te beklimmen op sneeuw, een tocht van 6u. Omdat er weinig zuurstof is gaan we traag. Het eerste deel ging goed bij mij, maar Margo had veel last van vermoeidheid en misselijkheid en was niet zeker of ze verder kon. Maar halfweg draaiden de rollen om, Margo klom op haar gemak de berg verder op maar ik moest bijna kruipen terwijl ik uitgeput moest happen naar adem. Gelukkig hebben we de top beide gehaald! We waren op tijd voor zonsopgang en het zicht was fantastish.

De weg terug tot 4500m was nog vermoeiend en we waren blij om terug in La Paz wat te rusten voor we ‘s avonds gingen feesten met onze nieuwe vrienden gemaakt op Huayna Potosi. De laatste dag hebben we wat uitgerust en Valle De Las Ánimas bezocht. Mooie rotsformaties aan de rand van de stad.

Voor we de bus namen naar de Amazone gingen we nog lunchen in Popular Cocina Boliviana. Dit is een superfancy lunchspot met hoogstaande gerechten gebaseerd op de boliviaanse keuken. Er is geen reservatiesysteem dus we moesten een half uur op voorhand al in de rij staan wachten en hopen dat er plek was bij opening. Gelukkig konden we binnen in de eerste shift en we gingen zitten aan de toog met zicht over de keuken. Dat ze de gerechten vlak voor onze neus dresseerden maakte de ervaring nog specialer!

De drie gangen waren heerlijk, niet slecht voor een prijs van €12! Enkele uren later zaten we op de nachtbus richting de jungle. Maar we wisten dat we erna terug zouden keren naar La Paz, want we zijn het er nog niet beu.

Meisje helpen met huiswerk voor engels.