
Iquitos is een stad in het noorden van Peru, diep in het amazonewoud. Het is de grootste stad ter wereld die niet via een weg bereikbaar is, enkel met het vliegtuig of een boot via de amazonerivier. Wij kozen voor de boot. We hadden maanden geleden als tip tehoren gekregen, dat het mogelijk is om deze tocht te doen op een vrachtschip. Deze duurt enkele dagen en je slaapt in een hangmat op het dek, dat klinkt als een avontuur!
Het verhaal begint maandag in Yurimaguas, waar we in de namiddag arriveerden met een minibus. In dit stadje is het einde van de weg en dus hier begon de zoektocht naar een boot die ons naar Iquitos zou brengen. Deze vrachtschepen vertrekken wanneer ze vol zijn geladen, niet volgens een schema en vaak met vertraging. De eerste avond wandelden we dus naar de haven (dat letterlijk gewoon een zandbank is) om eens rond te horen.


Er liggen enkele boten en al snel worden we aangesproken door een willekeurig figuur die zegt dat hij ons meer info kan geven. We stappen op een gigantische boot waar hij ons de laadruimte laat zien. Maar blijkbaar neemt deze boot geen passagiers omdat deze vol met kippen geladen gaat worden. We stappen op een andere heel kleine boot die de volgende dag zou vertrekken, maar deze was wel echt heel klein. Nog niet erg zeker van ons plan gaan we naar de markt om inkopen te doen. We kopen twee hangmatten en snacks.
De volgende ochtend keren we terug naar de haven en het is veel drukker. Er zijn veel nieuwe schepen bijgekomen waaronder de Eduardo XII, dat is de boot waar we uiteindelijk op zijn beland. ‘s Middags installeerden we onze hangmat en dan begon het wachten. Ons werd verteld dat we de volgende dag zouden vertrekken. Op de boot zaten ook twee andere toeristen uit Zwitserland, en hun werd verteld dat we vandaag zouden vertrekken. Niemand wist dus eigenlijk iets.


Het was interessant om de chaos in de haven te bekijken. De boten liggen naast elkaar en als er een boot tussen moet, botsen ze gewoon tegen de anderen om ze uit de weg te duwen. Op de boot naast ons werd een vrachtwagen gereden over houten planken. Kippen in kleine hokjes werden op elkaar gestapeld. Een andere boot werd beladen met koeien die duidelijk aan het afzien waren. Ze hadden schrik en werden gewelddadig op het dek gesleurd. Onze boot was vooral volgestopt met groenten en fruit. Dat werk moet ongeloofelijk zwaar zijn. Mannen dragen zakken tot 80 kg (!) op hun rug in de bakkende zon de hele dag door, op hun slippers.



De eerste nacht op de boot was luid, vochtig en kort. Een luide generator op de boot naast ons draaide de hele nacht lang en het was zo vochtig dat condensatie naar beneden druppelde van het dak. Maar je kiest niet bepaald voor dit vervoer voor comfort.

De tweede dag op de Eduardo XII was weeral wachten, het vertrek zou rond 18u zijn. Doorheen de dag kwamen er ook meer en meer hangmatten bij tot het wel vrij krap was. De boot werd langzaam gevuld met appels, mais, aardappelen, kolen, pompoenen, etc. Toen de avond naderde werd het vertrek verlaat naar 9u, maar dan werd ons verteld dat we zouden vertrekken om 5u ‘s ochtends. Nog een nachtje in de haven dan!



Ik denk dat ik nog nooit zo opgelucht was toen de boot eindelijk vertok rond 6u, want voor hetzelfde geld zaten we er nog een dag. Met de opkomende zon verdwenen de lichtjes van Yurimaguas eindelijk in de verte.



Omdat het droogseizoen is staat het water heel laag en het schip heeft geen instrumenten. Regelmatig gaat één van de twee kapiteinen op een klein bootje controleren of de rivier diep genoeg is met gewoon een stok! Blijkbaar staat de rivier soms zo laag dat de schepen vast komen te zitten, wat een probleem is voor de supply van alle communities onderweg.


We kunnen een glimps opvangen van het leven in deze communities wanneer de boot stops maakt om goederen af te laden en bananen op te laden. De dorpjes leven afgesloten van de buitenwereld, vaak zelfs zonder elektriciteit. Op onze boot zitten veel medereizigers die hier wonen, en stappen op en af doorheen de reis.


We leerden een moeder kennen van 17 jaar met haar schattig dochtertje, Sofia, van 2 jaar en de vader van 21. Ze slapen op de grond onder onze hangmatten, zonder matras en enkel een dekentje. Naast ons verbleef een ouder koppel dat nooit praatte. De man had als kostbaarste bezit een radiootje dat hij zonder schaamte vaak diep in de nacht aanzette om muziek te luisteren.




De 12 bemanningsleden waren schuw, maar zijn wel nieuwsgierig. We waren een kaartspel aan het spelen met de twee zwitserse meisjes en uiteindelijk stond er vijf man te kijken, tot ze op hun dak kregen om terug aan het werk te gaan met bakken stapelen.

Op de boot krijgen we drie maaltijden per dag. De koks rammelen hun lepel tegen het metaal als signaal dat het eten klaar is en iedereen begint aan te schuiven met hun plastieken potje. Ze scheppen het potje vol, of het nu klein of groot is, dus het is beter om een groot potje mee te nemen. Het ontbijt was heel zoet grijs slijm, avondeten extreem zoute soep en lunch was pasta met rijst en kip. Het was beter te eten als het klinkt, honger is de beste saus!





Na een tijdje was het ook heel duidelijk dat één van de koks wel een boontje voor mij had. Hij gaf mijn kommetje altijd met een heeel brede glimlach terug, en van ver wel eens een knipoog. Margo daarentegen kreeg een tegengestelde reactie, met diep zuchten, een boze blik en een bakbanaan minder moest zij het doen. Zij was duidelijk de vijand.

Overdag was het bloedheet, in de nacht vochtig en koud. De enkele mogelijkheid tot verkoeling was in de roestige kabines achteraan op de boot. Een ijzere pot stelde het wc voor, en de kraan bovenaan de douche. Heel spijtig dat we hier geen foto van hebben want dit was officieel het ranzigste wc van Zuid-Amerika. Maar toch waren we heel dankbaar voor de mogelijkheid om te douchen.
Soms moesten we ook pijnlijk aanzien hoe afval in de rivier belande. Is een flesje leeg? Dan gooien de locals deze gewoon overboord. En er staan vuilbakken op de boot, maar als ze vol zijn kieperen ze deze ook gewoon in de rivier. We hielden ons afval dus maar zelf bij.
Mijn favoriete moment was toen we op het dak kropen om de zonsondergang te zien. Samen met de drie anderen toeristen praten over het leven met zicht op een knalrode zon, tot de sterren aan de hemel stonden.



Na drie dagen op de rivier was Iquitos eindelijk in zicht. Het was nog even spannend of het water niet te laag was om tot aan de haven te geraken. Indrukwekkend hoe het schip op de smalle kanalen werd bestuurd terwijl het kleine bootje constant met de stok verderop het water peilde. Maar we zijn er geraakt! We waren al goed gewend aan het bootleven.




De vijf dagen op Eduardo XII waren een geweldige ervaring, maar we waren ook opgelucht toen we terug aan land waren. De tocht kwam met weinig nachtrust, onzekerheid, verveling en het testen van ons geduld.
Maar we hebben vrienden gemaakt, zowel reizigers als locals. Kunnen reflecteren en bezinnen. Genoten van de jungle en natuur rondom ons. En een inkijk gehad op het leven in de Amazone. Het was een geslaagd avontuur dat we zonder twijfel opnieuw zouden doen.























































































