Groetjes uit Medellin

Na ons ‘resort hostel’ verbleven we nog 1 nacht in een ander hostel op het strand met Irene waar we een weekje mee samen reisden.

Vervolgens namen we de bus naar Cartagena. Een supermooie stad aan de Caraïbische kust met veel Afrikaanse invloed. Het is echt een zomers vakantiestadje, ook veel Colombianen zijn hier op weekend. Er is een gezellig historisch stadsdeel met prachtige straatjes met balkonnetjes en veel streetart, maar ook een deel met hoge gebouwen zoals in Dubai of Miami. Wij waren fan!

In Cartagena verkochten ze veel traditionele Colombiaanse hoeden op straat. Een hoeden-verkoper was ons aan het overtuigen om een te kopen door ons te laten poseren met de hoeden en dat heeft misschien wel geholpen….

We hebben hier ook een heel leuke activiteit gedaan: Chiva. Dit is een sightseeing bus gecombineerd met een party bus. De retrobus was omgebouwd tot een disco op wielen. We reden al feestend naar verschillende hotspots in de stad. De bus was goed gevuld met Colombiaanse toeristen. We waren de enige Europeaanse toeristen wat maakte dat de Colombianen super geïnteresseerd waren in ons en we snel ieders vriend waren. Bij elke stop wou iedereen een foto met ons. Het waren superlieve mensen. Uiteindelijk zijn we nog allemaal in een club gaan dansen.

Tijd om afscheid te nemen van het hete, klammige Caraïbische klimaat; we nemen een bus van 15u van Cartagena naar Medellin. (België is 2,6% van de oppervlakte van Colombia.)

In Medellin zien we twee vrienden weer die we leerden kennen in La Paz bij het beklimmen van de berg van 6088m. Toffe mannen waar we heel goed mee overeen komen dus een heel fijn weerzien!

We bezochten Comuna 13, dat ooit werd bestempeld als de tweede gevaarlijkste wijk ter wereld ten tijden van Pablo Escobar en vooral na zijn dood. Tegenwoordig heeft de wijk een positieve transformatie ondergaan en is het een bruisende wijk vol street art, straatartiesten en eettentjes.

Voor de rest is Medellin een grote stad met heel veel bedelaars, waar we eigenlijk niet de nood bij hebben om langer dan 3 nachten te spenderen. Ik heb een pak crackers gekocht om te kunnen geven wanneer iemand aangeeft dat die honger heeft, wat heel vaak gebeurt als je buiten rondwandelt. Eten geven is makkelijker dan geld geven of nee zeggen.

1 maal gingen we uit en besloten we om ‘s nachts uitzonderlijk naar huis te wandelen ipv een taxi te nemen omdat verschillende mensen ons vertelden dat de buurt heel erg veilig was… na dit wandelingetje van een kwartier hebben we besloten dat we nooit nog ‘s nachts gaan wandelen. Eerst werden we geconfronteerd met een rijkelijk aanbod van drugs onderweg, heel veel prostituees op straat, kinderen van 7 jaar die om 3u ‘s nachts staan te dansen op straat voor geld. 200 meter voor het hostel zegt Alexander: veilig aangekomen! Ik zeg nog: Wacht, we zijn er nog niet…

De interessante wandeling werd nog afgesloten met een adrenaline kick vlak bij het hostel toen twee boze mannen ons verdacht snel passeerden om een hoek, we keken om en zagen hoe ze op 2 andere toeristen afgingen die een paar meter achter ons wandelden aan de andere kant van de straat. Het was een gevecht van maar enkele seconden. De Franse jongen kwam er letterlijk met kleerscheuren vanaf, maar zonder gsm. We stonden met grote ogen er recht op te kijken en gingen lopen. Het was ongelooflijk hoe veel geluk we hebben gehad door aan de ene kant van de straat te wandelen waardoor we niet meteen zichtbaar waren door een muur naast ons waardoor de twee overvallers zich op de andere twee gefocust hadden.

We hadden tot nu toe nog nooit echt in nare situaties terecht gekomen waardoor we ons misschien soms te veilig voelden. In Colombia waren we wel al meer op ons hoeden en hebben nooit veel op zak, maar toch was het goed om eens wakker geschut te worden en tot het besef te komen dat het wel degelijk heel snel kan gebeuren. Wij beloven dat we nooit meer in het donker gaan wandelen. 🫣

Groetjes uit Medellin 🫠

Groetjes van de Caraïbische kust van Colombia

Om 7u ‘s ochtends stapten we uit het vliegtuig in Santa Marta en werden we van onze sokken geblazen door een klammige 30•C! Het klimaat is hier volledig anders dan op 4000m wat we gewend waren. In Colombia is het zweten en plakken!

Blok kaas, vers gekocht in de winkel, is 10minuten buiten de winkel geen blok kaas meer.

We bleven 1 nacht in Santa Marta maar het was al snel duidelijk dat we niet echt gelukkig werden van dit kuststadje. De sfeer was niet echt gezellig.

We trokken naar Minca, een hippiestadje in de jungle. Een wereld van verschil! We vertoefden in een supergezellig hostel met een prachtig uitzicht! In de verte zie je nog de zee. Ons hostel was de perfecte plek om zonsondergang te bewonderen en daar maakten ze gretig gebruik van om leuke optredens te geven. Het hostel bestaat uit volledig open hutten, je slaapt dus eigenlijk buiten.

Gezelschap tijdens het ontbijt.

We deden een Cacao workshop, ook al hadden we ook al chocolade leren maken in de jungle in Bolivia.

We wandelden naar een waterval waar we in konden zwemmen. We wandelden tussen de avocado’s en mango’s op de grond en verzamelden onze lunch. Enorme duizendpoten waren niet uitzonderlijk om een paar keer tegen te komen.

De volgende stop was Palomino. Ook een hippiedorp, maar aan de zee. We reizen momenteel verder met Irene, iemand uit de VS die we in Minca leerden kennen. Deze locatie was vrij toeristisch en we vonden het strand er eigenlijk ook niet supergezellig. We bleven dus maar 1 nacht. In Palomino gingen we wel nog tuben op de rivier: in het stadje werden we op een moto gezet met een grote band, reden we naar de rivier, vervolgens moesten we nog een half uur met de band wandelen door prachtige jungle natuur om vervolgens 1,5u te kunnen drijven op de rivier naar de zee. De omgeving was prachtig en de rivier had af en toe een leuke versnelling, alleen was het wat jammer dat er een gids bij was die ons heel de tijd vast had om te leiden ipv dat we zelf mochten drijven.

Opzoek naar een wel-gezellig strand boekten we een luxe hostel ergens aan het strand, niet aan een dorp of stad. Het voelt een beetje als een resort aan, maar dan wel met een gedeelde kamer. De kamer is weer super leuk: een open hut, waardoor je de golven en de dieren buiten hoort. Er was ook een zwembad, en we laten ons bedienen door het restaurant van het hostel. Het hostel is dubbel zo duur als we gewoon zijn hier, maar als je er even bij stilstaat nog steeds spotgoedkoop: 17€ voor een nacht, en maaltijden voor 7€. Even genieten van wat overbodige luxe, het is dan ook onze eerste strand-locatie van de trip! ☺️ De zee is hier trouwens super warm, zo’n 30•C! Elke namiddag was het wel aan het onweren. Maar nog steeds warm genoeg om te zwemmen in de regen!

Lake Titicaca, en hasta luego Bolivië

Na onze laatste dagen in La Paz was het tijd om verder te gaan. We nemen de bus naar Lake Titicaca, het hoogste (en superoud) meer in de wereld (3812m).

We verbleven een nacht naast het meer in Copocabana. ‘s Avonds wandelden we naar het uitkijkpunt op een berg om van de zonsondergang te genieten, maar we moesten ons spoeien en hoewel we al geacclimatiseerd zijn aan deze hoogtes blijft het toch nog altijd vermoeiend! Gelukkig waren we nog net op tijd.

Erna stapten we terug naar beneden om in een van de restaurantjes te gaan eten. We keken er naar uit want met zo’n groot meer is er natuurlijk één ding in overvloed: vis! Voor 30 bolivianos kan je al een lekkere troucha a la plancha bestellen (forel voor €4), dus na weken/maanden geen vis gezien te hebben was de keuze makkelijk gemaakt. De vis was heerlijk.

De volgende ochtend gingen we kijken aan de kerk hoe de lokale pastoor auto’s besprenkeld met wijwater, mensen komen hier elke dag staan met hun nieuwe rijtuig om deze te versieren en te laten zegenen voor goed geluk.

Erna namen we een bootje naar Isla del Sol, een eiland op het meer waar volgens de legende van de Inca’s de zonnegod Inti is geboren en zo ook het ontstaan van de Inca’s. Er staan nog enkele ruïnes en tempels op het eiland, ook van lang vóór de Inca’s en soms worden ze nog gebruikt voor rituelen en offeringen.

Na het leuke bootritje kwamen we aan in het zuiden van het eiland, dit is het meest toeristische deel van het eiland en de meeste mensen bezoeken enkel dit deel voor een paar uur waarna ze terugkeren naar Copocabana. Wij begonnen aan onze hike van een paar uur naar het noorden. Onderweg passeerden we kleine huisjes en konden we genieten van de mooie uitzichten over het meer. Op heel het eiland zijn er geen motorvoertuigen en het zware werk wordt gedaan door de vele ezeltjes.

Onderweg kwamen we een vriend tegen die we enkele weken eerder hadden leren kennen in Sucre, en die kon ons een leuk plekje aanraden om te verblijven dus dat hebben we gedaan: een klein hutje met zicht op het water.

We waren moe van het wandelen en gingen iets eten in het piepklein dorpje waarna we vroeg in bed kropen. De zon kan stevig branden maar vanaf hij achter de horizon verdwenen is wordt het superkoud, bijna vriezen. Gelukkig hadden we zware dikke dekens op ons bed om ons warm te houden.

De volgende dag verkenden we het eiland aan de noordkant: stranden met loslopende biggetjes, Chincana labyrint ruïnes, een offertafel en bergtoppen. s’ Avonds nog eens een visje eten en dan naar het hoogste punt op het eiland wandelen om de zonsondergang te zien.

De volgende dag wandelen we terug naar het zuiden van het eiland via een andere weg met als doel een boot te vinden naar het kleinere Isla de la Luna, maar dit blijkt enkel met een privéboot te gaan dus beslissen we om (na een lekkere lunch met vis) terug te keren naar Copocabana. We hadden beiden genoten van Isla del Sol. Na het drukke La Paz was dit een oase van rust en eenvoud en dit was een mooie plek om afscheid te nemen van Bolivië. Plus we hadden elk op drie dagen tijd 6 keer vis gegeten, dus de omega-3’s zitten weer goed 💪.

De 50 dagen in Bolivië waren geweldig. Het is een mooi, hectisch land vol verrassingen en met ontzettend veel te bieden. We wisten beide eigenlijk niks over Bolivië en zijn meer dan aangenaam verrast, gelukkig hadden we de mogenlijkheid om onze tijd te nemen en veel te verkennen.

Dus dinsdag staken we de grens over naar Puno, de Peruviaanse kant van Lake Titicaca. Op het eerste zicht niet zo verschillend met de Boliviaanse kant, maar we merkten wel een verschil na we een tweedaagse toer hadden geboekt: het is hier toeristischer. Op de toer bezochten we de Uros eilanden, dit volk bouwt al eeuwenlang drijvende eilandjes gemaakt van riet waar ze op wonen! Hoewel ik denk dat het nu vooral nog in stand wordt gehouden voor het toerisme, is het supercool om op zo’n eilandje te staan en te denken dat mensen zo kunnen leven.

Overnachten deden we helaas niet op een drijvend eiland, maar op een ‘echt’ eiland wat verder op het meer, Amantani. Hier werden we verdeeld onder verschillende gastgezinnen. Door het grote toerisme hier hebben de bewoners van het eiland een rotatiesysteem zodat het geld dat binnenstroomt eerlijk verdeeld wordt onder de gemeenschap.

Ook hier had ik wat dubbele gevoelens maar het was wel echt superleuk. Ons gastgezin was geweldig en ze hadden een dochter van 9 jaar die we mochten helpen met haar huiswerk wiskunde. De ouders waren heel dankbaar want omdat ze zelf vroeger niet veel school hadden, vinden ze het zelf ook moeilijke oefeningen. Het eten was superlekker met enkel groenten uit eigen tuin en de logeerkamer was super. We wandelden op het eiland naar de top voor zonsondergang en s’ avonds was er een traditioneel feest.

In ons groepje zat nog een andere toerist, een oudere vrolijke man uit Peru zelf. Maar omdat hij letterlijk bij alles een video of foto wou begon hij al snel een beetje vervelend te worden 😅.

De volgende dag namen we afscheid van ons gastgezin en bezochten we nog een ander eiland, Taquile, voor terug te keren naar Puno.

We hebben zo al een beetje kunnen proeven van Peru. Nu zitten we op het vliegtuig om een sprong naar het noorden te maken: Colombia! Klinkt als een vreemde stap, maar we komen later terug. In September komen twee van onze beste vrienden ook naar Peru dus dan wordt het dubbel zo leuk om samen te verkennen! En ik denk dat Colombia ook een ander soort reizen gaat zijn en het is leuk om eens af te wisselen.

Tot binnenkort!