Panama met San Blas eilanden

10 dagen in Panama! Een pak korter dan onze andere landen, gewoonweg omdat de landen in Centraal een pak kleiner zijn dan in Zuid-Amerika. Panama is ook een stuk duurder op alle vlakken; hostels, transport, eten, activiteiten…

We vlogen van Lima naar Panama City. Eerste keer pech met het vliegen: vertraging en te laat voor de connectievlucht. We spenderen vele uren in Bogota op de luchthaven en komen midden in de nacht aan in Panama. 

Panama: een land met veel jungle, prachtige strandbestemmingen en een heel belangrijk kanaal! Een land met veel Amerikaanse invloeden, maar ook verrassend veel verschillende inheemse stammen (8) met allen hun unieke en heel mooie klederdracht. 

Panama City is een heel moderne stad met gigantische chique wolkenkrabbers. Iets wat we nog niet zagen op onze reis. Er is ook een historisch centrum met een uitzicht over de zee en de reuze containerschepen die wachten voor hun intrede in het Panama-kanaal. 

We bezoeken een centrum over de fauna en flora van Panama. In het park spotten we twee luiaards en een monster-leguaan die er vrij komen en gaan.

Als daguitstap maakten we ook een wandeling in de jungle, wat maar een uurtje buiten de stad is met de bus. Eerst moesten we een stukje wandelen naast het Panama kanaal voor de route de jungle in schoot. 

Het was regenachtig, maar wel supercool wat we hier allemaal gespot hebben op onszelf! 

We waren nog maar enkele minuten aan het wandelen toen we opgeschrikt werden door een heel luid gebrul. We schrokken ons een ongeluk en het eerste wat er door uw hoofd schiet is een panter of een beer, maar als je even helderder nadenkt besef je dat de demoon-geluiden apen zijn! Hoog in de bomen spotten we verschillende soorten. 

Ook hebben we een coole mini-kikker gezien en zoveel superkleurrijke vogeltjes. Ik heb zelfs een toekan voorbij zien vliegen!

We hebben het Panama-kanaal al enkele keren van ver kunnen spotten, maar je kunt er nooit dichtbij komen.

We gingen naar een bezoekerscentrum waar je de werking van de sluizen kunt zien. Amerikanen zijn helemaal ondersteboven van dit systeem, maar wij kennen dit al.

Toch zijn er enkele redelijke verschillen. Het coolste verschil: de krokodillen. Onderweg van de bushalte naar het bezoekerscentrum spot Alexander een dikke krokodil achter de dam van het kanaal. 

Een tweede verschil: de grootte van de schepen. Gigantische schepen met 17.000 zeecontainers banen zich een weg door de smalle sluizen. Bij de grootste schepen is er maar een speling van 30 cm langs beide kanten. Daarom maken ze gebruik van 4 treintjes om het schip voort te trekken en te besturen; het laatste grote verschil. 

Toen we aankwamen om 9:30 in de ochtend vernamen we dat de eerstvolgende boot pas om 14:00 zal passeren. Dikke pech, we hadden niet verwacht dat dit belangrijke handelspad 5u stil ligt in het midden van de dag. Blijkbaar komt dat omdat er 1 heel erg smal stuk is in het kanaal waardoor boten elkaar niet kunnen passeren. Daardoor is er in de voormiddag een shift van de Pacifische zee naar de Caraïbische en van zodra al die boten voorbij het smalle stuk zijn kan de shift van de Caraïbische zee naar de Pacifische beginnen.

In het bezoekerscentrum is een chique cinemazaal waar een 45 minuten durende documentaire in 3D wordt gespeeld over Panama en het kanaal, ingesproken door Morgan Freeman. Echt wel een heel knappe en interessante film. 

Feitjes: 

  • Bij de bouw van het kanaal in 1914 stierven er veel werkers aan malaria en dengue. Toen wist men nog niet wat de ziektes waren. M’n is onderzoek gestart naar de oorzaak van de sterftes om de efficiëntie van de bouw te verbeteren en toen heeft men de ziektes kunnen toeschrijven aan de muggen! 
  • Er is niet heel veel aandacht gegaan naar de eerste boot die door het kanaal ging aangezien dit op dezelfde dag was als de start van de wereldoorlog. 
  • Het kanaal is dus al superoud, en de boten zijn niet meer van hetzelfde kaliber als 100jaar geleden. Om het kanaal competent te houden zijn er in 2018 verbredingen gebeurd. Er zijn ook meerdere sluizen naast elkaar gebouwd.
  • Een schip doet 10u over een volledige doorsteek van het kanaal en dat kost zo’n 5.000€ voor het schip.

Na de film vullen we de overige 4u op met de gratis WiFi aangezien er jammer genoeg niets was van foto exhibitie of museum naast de documentaire. 

Van op het uitkijkplatform hebben we enkel zicht op de oorspronkelijke sluizen. De grootste schepen varen door de nieuwe sluizen in de verte, die ook een beetje hoger gelegen zijn. Die kunnen we dus niet zien.

Op het moment dat het eerste schip eindelijk gaat passeren door de sluizen staat er zo veel volk te kijken dat we niet heel erg veel kunnen zien. Jammer, want vroeger waren er 4 verdiepen met uitkijktribunes in het gebouw en nu zijn de bovenste 3 toe.

In Panama City bezoeken we ook een museum over ‘mola’s’, een deel van de klederdracht van een bepaalde inheemse stam: de Kuna’s. Dit is de stam die leeft op de San Blas eilanden die we plannen te bezoeken. Een mola is een genaaide kleurrijke doek met veel verschillende lagen en details. Deze doeken dragen ze op hun buik en rug. 

De San Blas eilanden zijn een groep prachtige eilanden; witte stranden, helder blauw water, enkel palmbomen en omgeven door een schitterende onderwaterwereld. Beeldt u het uitzicht van de Maledieven voor, maar dan zonder de resorts. Ze worden de mooiste eilanden van de wereld genoemd. Er zijn er 380 eilandjes waarvan maar 40 bewoond door de Kuna-indianen. Zij zijn de oorspronkelijke bevolking van panama en beslissen autonoom over de hele eilandengroep. Zij verwelkomen zelf de toeristen en baten de accomodaties uit. Daarom blijft het kleinschalig; houten hutjes op het strand.

Ze verbieden vissen met geavanceerde technieken en ook scubadiven. Hierdoor zijn de koraalriffen de best bewaarde ter wereld. 

Lokale bevolking

We verblijven er 4 dagen. We worden met een openbaar vervoerboot naar ons eerste eiland gebracht. We zetten iemand af op de eilanden het dichtst bij het vaste land: volgebouwd met huttekes van de lokale bevolking, niet zo paradijselijk maar wel heel speciaal om te zien. 

Het eerste paradijselijke eiland blijkt al meteen dat van ons te zijn. Heel veel palmbomen en hutjes gemaakt van bamboe met een dak van palmbladeren. Er wonen twee kuna-gezinnetjes.

We consumeren onze eerste kokosnoten. Je ziet en hoort ze regelmatig naar beneden vallen. Zou nogal een knap einde van de reis zijn en als er zo een op ons belandt. Ik ben er op het nippertje vanaf gekomen op de schommel! 

De volgende dag worden we opgehaald door onze haaiboot en gaan we op daguitstap: we bezoeken andere eilanden. 

Overal zijn prachtige snorkelmogelijkheden. Mooie koraalriffen, en héél veel kleurrijke vissen. De onderwaterwereld is hier helemaal anders dan bij de Galapagos eilanden, daar waren geen koraalriffen en minder vissen.

Elegante zeemeermin

De traditionele vrouwen zijn zo mooi gekleed! Op elk eiland verkopen ze hun coole mola’s en armbandjes.

Wi sell coconut

We bezoeken ook een ‘natural pool’. Dit is een stuk ondiep wit zand zonder dat er een eiland boven water steekt. Hier zagen we wel 5 gigantisch dikke zeesterren. Een slim gezinnetje is met hun houten bootje naar de plaats geroeid om in het water hun armbandjes te verkopen in het midden van de zee! 

We bedienen onszelf met kokosnoten op het strand, maar we moeten het doen met de tools die we op strand vinden; een stuk hout en schelpen! 

Momenteel is het regenseizoen. De lucht is bewolkt en we krijgen wat regen te verduren. Maar de stormen met regen, bliksem en donder op zee zijn ook wel heel cool om te zien van op je kleine eilandje. ‘S nachts in je bed ben je gewoon aan het hopen dat de felle regen je kleine eilandje niet wegspoelt. 😂

De volgende dag komt onze haaiboot ons ophalen om ons naar een nieuw eiland te brengen waar we onze laatste nacht verblijven. Hier hebben we de meeste regen en de hardste storm verduurd gekregen, maar de laatste dag ook verrast met een warme dag en rechtstreekse zon! De eilanden waren al prachtig maar de zon maakte plots alles nog 7x mooier; het water wordt blauwer, de vissen feller en de palmbomen maken tropische schaduwen op het strand. Echt het paradijs! We beloven dat we niet staan te poseren voor een poster. 😉

We zijn ook bediend met lekkere seafood hier op de eilanden: vissen, zeevruchtenmix, inktvis en scampi’s. Yummy yummy yummy! 

Op onze laatste dag worden we alleen wij twee afgezet op een piepklein eilandje; hier woont een vrouwtje met haar klein apeke. Dit was echt genieten in de zon op ons privé-eilandje zonder andere toeristen! 

Dat kwam omdat de standaard tour die we geboekt hebben eigenlijk een dagtour of met 1 nacht is. Wij hebben deze tour met twee nachten extra geboekt. Als extraatje hebben ze ons dan alleen op dit eilandje afgezet, in de namiddag vervoegen we ons bij de groep om nog eens de dagtour mee te doen, dus terug naar de natural pool en de andere eilanden, maar dat is zeker niet tegen ons goesting!

Na 4 dagen moeten we jammer genoeg de eilanden verlaten gaan we terug naar Panama City. Maar anderzijds zijn we zeker voldaan qua kokosnootconsumptie. Ik vond het spijtig dat we geen onbewoond eiland hebben bezocht maar we zijn echt supertevreden van onze San Blas ervaring!

We wouden een nachtbus nemen naar het noorden van Panama, maar bleek dat de laatste bus vertrok om half 9 waardoor we aankwamen om 4:00 in de ochtend op onze bestemming. Gelukkig was er echt een supergezellig plein in Boquete met lichtjes en zelfs gratis WiFi. Boquete is omgeven door jungle en is populair bij vogelspotters. Vanaf 5:00 werden de vogels in de bomen van het plein wakker. De verschillende fluitjes van de vogels waren echt heel origineel en mooi, maar na enkele minuten werd het echt oorverdovend veel en luid voor meer dan een uur aan een stuk! Van zodra het dorp wakker werd gingen we opzoek naar een kamer.

Vervolgens trokken we naar een populaire korte wandeling net buiten Boquete om vogels te spotten. We hoopten op het zien van de Quetzal, een zeldzame vogel, de mooiste van de wereld! In Ecuador hebben we ook de kans gehad maar jammer genoeg niet gespot toen. 

Het wandelingetje door de jungle was mooi maar jammer genoeg hebben we niet veel wildlife gespot. Geen Quetzal dus. Wel een boom van 1000 jaar oud! 

De schoolbus brengt ons terug naar het dorp

De dag nadien nemen we een bus van 10u naar Costa Rica!

Huayhuah, de grote finale van  Peru en Zuid-Amerika

We hadden in Peru al stevig gestapt, maar er stond nog één hike op onze todo lijst: de Huayhuash trek. Deze hike heeft een beetje een legendarische status wegens zijn moeilijkheid en schoonheid. De klassieke 8-daagse route is een lus diep in de bergen ver van de bewoonde wereld, enkel op dag 5 is er een dorp waar het mogelijk is om supplies te kopen. Je bent heel de tijd op een hoogte tussen 4000m tot 5000m en elke dag is er een bergpas waar je over moet. Acclimatisatie is essentieel. Deze factoren maken dat de meeste mensen deze hike doen met een tour, en dat was ook ons plan. Deze tours regelen alles en beschikken over ezels die al het kampeermateriaal en eten meebrengen. Overdag wandel je dus met een klein rugzakje tot de volgende campsite waar je tent al klaarstaat, je krijgt drie warme maaltijden per dag en extra snacks. Er is zelfs een ’emergency horse’ moest je niet meer verder kunnen of in geval van nood. Klinkt niet slecht, en omdat we al zo veel zelfstandig gewandeld hadden wouden we ook wel eens als prinsesjes hiken! 🫅👸

Helaas bleek een tour vinden moeilijker dan verwacht. De dag dat we in Huaraz aankwamen was er net een groep vertrokken en de volgende was pas vier dagen later. Zo lang wouden we niet wachten want de stad Huaraz was niet plezant en dan zouden we geen tijd meer hebben in Lima, de hoofdstad van Peru. Dus de zoektocht naar een tour die eerder zou vertrekken begon en we vonden al snel twee die al twee dagen later zouden vertrekken. Wat volgt was een hele soep waarvan ik de details achterwege zal laten. Het komt er op neer dat we belogen waren dat ze een groep hadden en dan last minute als smoes hadden verzonnen dat we niet de volgende ochtend zouden kunnen vertrekken wegens een sneeuwstorm! Haha, we waren het zo beu dat we toen beslisten om het gewoon zelf te doen. Die avond zijn we nog een tent en slaapzakken gaan huren en hebben we voor vijf dagen eten gekocht, de volgende ochtend hadden we vervoer geregeld en we werden afgezet aan de start rond 10u. Onze rugzakken waren zwaar en we vonden het spannend. Geen prinsesjes dus, maar de zwaar mannen op stap! 🦵💪

Het was vermoeiend maar het was goed te doen, we waren uiteindelijk blij op onszelf te zijn. De hikes voordien hebben ons goed voorbereid dus we waren fit en voldoende geaclimatiseerd. Ook vielen de afstanden per sectie wel mee, dus elke dag hadden we ruim voldoende tijd en waren we meestal in de vroege namiddag al op de volgende kampplek.

De eerste twee dagen begonnen in een groene omgeving die wat weg had van Schotland. Af en toe kwam er al een besneeuwde bergtop piepen, maar het bewolkte weer hinderde het zicht vaak. De eerste nacht werd ons gehuurd materiaal al op de proef gesteld met veel wind en regen. Geen probleem want we zaten gezellig warm en droog.

Op eind dag twee kampeerden we naast een meer met een geweldig zicht over vier gigantische bergtoppen met gletsjers. De 2e hoogste berg van Peru staat hier (Yerupajá, 6635m), en het hoogteverschil tussen het meer en de bergtop is meer dan 2000m! Toen we s’ ochtends naar buiten keken werden we begroet door deze giganten in een prachtige zonsopgang.

De volgende dagen waren prachtig met elke dag verschillende panoramische uitzichten. Onderweg leren we twee groepen kennen die dezelfde route volgen met een tour, dus we konnen zien wat we misten. We waren vooral jaloers op hun vers eten want groenten en fruit zat er bij ons niet in.

Het weer zo hoog in de bergen was ook heel onvoorspelbaar, we hebben veel onweer gehad. Bliksem met regen, sneeuw of hagel zorgen voor extra sensatie. Dag vier was het ergste. Na onze tent rechtstond was ik nog even een bergpas opgewandeld om te kijken naar een andere vallei. Ik was nog geen kwartier boven of er barste een onweer uit met gietende hagel. Het dal kleurde snel wit en tegen dat ik terug bij onze tent was lag er een dik hageltapijt.

Dag vijf verbleven we in het dorpje waar we ons trakteerden op een paar warme maaltijden bij een supervriendelijke Peruviaanse thuis.Toen waren we ambitieus en stapten we sectie 6 en 7 op één dag, zo zouden we nog drie dagen in Lima hebben. Achteraf gezien was dit misschien iets te vermoeiend maar het is gelukt, we kwamen net voor donker op de laatste kampeerplek.

Toen waren we ambitieus en stapten we sectie 6 en 7 op één dag, zo zouden we nog drie dagen in Lima hebben. Achteraf gezien was dit misschien iets te vermoeiend maar het is gelukt, we kwamen net voor donker op de laatste kampeerplek.

De volgende dag stonden we vroeg op en wandelden we het laatste stuk. We vonden al snel vervoer naar Huaraz om een rustige namiddag te hebben voor de nachtbus opstapten naar Lima!

Lima is volgens vele niet per sé de moeite, wij hadden er toch zin in. Lima staat bekend voor zijn culinaire hoogstaandheid en het valt ook meteen op dat deze stad veel meer ontwikkeld is dan de rest van Peru. Ons hostel was voor een park waar meer dan 300 katten leven, verzorgt door vrijwilligers. Deze katten leven als een koning en genieten van constante aandacht van de passerende mensen die natuurlijk niet kunnen laten ze even te aaien. Margo was ook blij!

Een boomkat

We aten lekkere ceviche (rouwe vis) als lunch. Later gingen we naar een eerder fancy restaurant met zicht op de ruines van een pyramide om pisco sour te drinken en Rocoto Relleno te eten, een ander typisch gerecht. Superlekker maar ook superpikant. We verwachtten een gevulde paprika maar het bleek een gevulde hete peper te zijn! De ober wist duidelijk op het juiste moment te vragen of we water wilden. Ook hebben we nog een fonteinpark bezocht.

Zo sloten we niet alleen Peru in stijl af, maar ook Zuid-Amerika. Volgende bestemming: Centraal-Amerika beginnend in Panama. Het was al een super geslaagde reis en hoewel we zeker ook zin hebben in Centraal, denken we toch dat het anders gaat zijn (iets minder avontuur, iets meer luxe). We zijn benieuwd!

Off the beaten track in Peru

Ik kan jullie vertellen over twee van mijn favoriete avonturen tot nu toe!! 

Na de trein van Machu Picchu naar Ollantaytambo stappen we meteen op een busje naar Pata Kancha. Een kleine gemeenschap in de bergen waar je nooit van zou horen of heen zou gaan als je niet toevallig contact hebt gehad met Juan. Ik las eens over Juan’s familie in een Facebookgroep van Peru. Juan en zijn familie ontvangen graag toeristen om hun kleurrijke gemeenschap en hun manier van leven te tonen, maar ze zijn niet online te vinden; Je kan hem enkel contacteren via whatsapp. Enkel mond-aan-mond reclame dus. Hij wist ons te vertellen dat er heel sporadisch toeristen langskomen ongeveer één keer in de twee maanden. 

In het busje richting de community wordt het alsmaar kleurrijker van zodra er mensen af en op stappen. Het lijken verkleedkleren gewoon omdat de hoofddeksels zo absurd onnuttig en onhandig lijken! 

Aangekomen worden we opgehaald door Christiano, de oudste zoon van 9jaar. Hij toont ons het huis en onze kamer. Zijn ouders zijn niet thuis. 

Er is een buitenkoer met een moesstuintje, kippen en waar ‘s nachts ook de schapen staan, het toilet buiten en een kleien kamer waar vuur gemaakt en gekookt wordt. Binnen in het huis krijgen we een proper kamertje, maar het gezin van 6 slaapt samen in 2 dubbele bedden. In de gang worden de gedroogde aardappelen bewaard. 

Van zodra mama Fortona thuis is, kan ze niet wachten om ons ook in de traditionele kledij te stoppen die ze zelf heeft gemaakt! Ze verwelkomt ons met een zelfgebakken broodje met ei en een theetje. Ze drinken hier enkel gekookte dranken want drinkbaar water is niet ter beschikking. We mogen kiezen uit verse kruiden en bloemetjes uit de moestuin. 

Gedurende de dag vordert ontmoeten we de 4 kinderen, die komen en gaan. 4 vuile snoetjes: 

Schattige Alvaro, 4 jaar.

Flinke Ana, 6 jaar.

Zotte Adriano, 8 jaar.

Zorgende Christiano, 9 jaar. 

Juan ontmoeten we pas volgende ochtend aangezien hij op stap is in de stad. 

Fortona vertelt ons dat er feest is in de kerk vandaag. Het feest gaat nog door tot 16u. Ze wilt duidelijk zo snel mogelijk terug. We vragen of we met haar meekunnen. De misviering zou nog 30 minuten duren. 

In het zaaltje dat de kerk voorstelt is iedereen heel kleurrijk in traditionele outfits gekleed; ook wij. Maar we zijn echt wel de vreemde eendjes. Ik had het gevoel dat we wel beter in de groep blendden met de kleurrijke rok en poncho. Ik weet niet hoe de locals er tegenover staan dat we hen vervoegen in de kerk verkleed als hen, maar ze zijn vooral druk bezig met bidden. De kindjes die tussen de biddende mensen rondlopen komen ons nieuwsgierig met open mondjes aanstaren. Ana en Alvaro komen soms hangen en knuffelen, dat hielp wel om ons meer op ons gemak te voelen. 

5 voor 4; tijd voor het laatste gebed. Iedereen verzameld zich op de knieën voor het altaar dicht op elkaar gepakt voor een zeer hevig gebed. Mannen, vrouwen, iedereen gaat heel diep in het gebed op. 

De gebeden worden sterker en een vrouw valt schreeuwend neer op de grond. Iedereen begint luider en luider te bidden, te schreeuwen. De Spaanse woorden maken plaats voor onidentificeerbare geluiden en bewegingen. Iedereen lijkt in een trance terecht te komen. Al snel wordt ons duidelijk dat iedereen heftig aan het bidden is voor de vrouw die schreeuwend op de grond ligt. Een ‘ziekte’ of boze geest heeft haar bezeten en ze proberen haar hiervan te bevrijden. 

De gebeden worden heel sterk en heftig. Mensen zijn door elkaar aan het schreeuwen, aan het huilen en in het rond aan het springen. 90 jarige vrouwen kruipen rond op handen en knieën door de zaal, de pastoor is huilend aan het bidden, wij proberen alles heel bescheiden en onopvallend in ons op te nemen wat er rondom ons aan het gebeuren is. Het laatste wat je wil is als toerist of indringer gezien worden dus proberen we onze ogen te sluiten en zachtjes mee te doen om onopvallend in de groep op te gaan. 

De vrouw wordt door verschillende mensen ingesmeerd met heilige olie. Op een gegeven moment krijgt de vrouw de microfoon om te vertellen over haar visies. Ik was bang dat ze ons als indringers ging aanwijzen en dat de hele gemeenschap in een trance zich tegen ons zou keren. 

Gelukkig werden we gespaard en werd de vrouw na 2u (!) bevrijd van de geest. Bij de laatste heftige bevrijding moesten alle ogen bedekt worden. De kinderen werden beschermd met zwaaiende bewegingen boven hun hoofd en alle ogen moesten gesloten worden zodat de vrijkomende geest niet in iemand anders kon binnendringen. De vrouw werd herenigd met haar emotionele familie en de misviering was over. 

Iedereen verlaat de zaal en enkele minuten na de heel heftige gebeurtenis in de kerk zitten we met de kleurrijke gemeenschap buiten in een kring aardappelen en alpacasoep te delen. 

De alpacasoep is interessant: flubberig en iedereen heeft een deel van de alpaca. De vrouw naast mij had een kaak met tanden in haar soep drijven, die smakelijk afgeknabbeld wordt. De botjes met een vettig zwart vel erover in onze soep blijven een raadsel welk lichaamsdeel ze zijn. 

We keren terug naar huis, daar maken Christiano en Adriano vuur voor ons in de keukenhut om op te warmen. De gemeenschap is gevestigd op een hoogte van 3800m, de lucht is er droog en ijl, de zon erg sterk en ‘s nachts koelt het hier af. De kaakjes en handen van de kinderen zijn droog en al bevlekt door de straffe zon zonder protectie. Fortona maakt eten klaar voor de kinderen die niet hebben kunnen meegenieten van de alpacaflubber bij de kerk. We zitten met het hele gezin gezellig samen in de warme kleien hut op kleine krukjes en schapenvellen; theetjes drinken en papieren vliegtuigjes vouwen.

We spelen nog buiten met Alvaro en de schapen voor we in bed kruipen onder 7 zware dekens. 

‘S ochtends verzamelen we weer in de keukenhut om het ontbijt te bereiden. Toen Fortona gisteren hoorde dat we in België veel frieten eten, besloot ze dat het voor ontbijt frieten zullen worden! Flubbersoep, frieten en heel veel lekkere gestoofde groenten! Het is echt gek wat ze hier op je bord kunnen toveren van lekkers, bereid op een eenvoudig vuurtje. 

Juan komt thuis en geeft enkele opties van activiteiten die we kunnen doen vandaag: wandelen naar een meer, wandelen naar de landbouwwerking van de gemeenschap, wandelen naar de alpacaboerderij of naar Lares, een stad dichtbijgelegen, prachtig, heel leuk om te bezoeken. De kinderen smeken ons om voor Lares te kiezen dus we stemmen in. Juan vertelt ons dat het een stukje rijden is met de moto en dat we ons zwemgerief moeten meenemen omdat er warmwaterbaden zijn. 

We springen achterin de laadbak van de moto met de vier kinderen. Het was hilarisch met de kinderen die door elkaar geschud worden in de bak op de zandwegen door de bergen. We rijden over een bergpas langs meren en heel veel lama’s en alpacas in het landschap. Na toch een tijdje oncomfortabel rijden, vertelt Juan ons dat het ‘nog maar anderhalf uur rijden is’, we schrokken ons een bult dat het zo ver was. 

Aangekomen bij de thermale baden, koopt Juan een dikke blok zeep. De kinderen worden hier grondig gewassen. De thermale baden stellen niet super veel voor. Het is hier eerder een heel druk openbaar zwembad met heel veel kinderen die hier eens gewassen worden, bommetje springen en op interessante manieren leren zwemmen in het hete water. Na 20 minuten hebben we het gezien, kleden we ons weer aan en eten we nog een lekkere kip met een korstje aan een kraam buiten voor we aan de 2u durende terugrit beginnen.

Het dorp Lares zelf hebben we dus niet gezien. Het was daadwerkelijk lachwekkend hoe we 4u achterin een laadbak van een luide moto over hobbelige bergpassen hebben gereden om de kinderen 20minuten te laten weken in warm water. Zou hetzelfde zijn om naar Amsterdam te rijden voor een zwemmeke en kippennuggets en een half uur later terug te rijden. Een vier jarige wordt bij ons stevig vastgeklikt in een kinderzitje. Hier worden ze in de achterbak gegooid en moeten ze zich vasthouden voor hun leven om er niet uitgeslingerd te worden. En alle vier weten ze heel goed hoe ze overboord moeten plassen tijdens zo’n rit! 

Op de terugrit waren de vier bengels duidelijk heel moe. We vroegen ons af of er één echt in slaap zou kunnen vallen tijdens de rit waar ze zo stevig door elkaar worden geschud. Het leek ons onmogelijk maar niet veel later lagen ze alle vier te schudden in dromenland. We hebben heel eventjes hard gelachen met hun gesukkel, maar al gauw hebben we zo allemaal goed gelegd op een rijtje.

Door de middle of nowhere rijden met die bengels in de achterbak van de moto was wel echt een pinch-me moment van hoe speciaal het was om hier te zijn en dit mee te kunnen maken. 

Onderweg, zowel heen als terug pikten we mensen op die te voet onderweg waren om af te zetten in andere communities of bij hun huisje in the middle of nowhere. Is gewoonlijk een volledige dag wandelen als ze geen geluk hebben van een passerende auto tegen te komen.

Terug in Pata Kancha moeten we heel snel vertrekken omdat de laatste auto naar de stad er is. 

Na de heftige gebeurtenis in de kerk, de zieke kindjes die de hele dag in ons gezicht hoesten en niezen en de beginnende tijdsnood door onze vlucht uit Peru die gepland staat, besloten we maar 2 dagen bij het gezin te blijven. Als we meer tijd hadden gehad had ik zeker meer tijd besteed bij hen, maar we vertrekken rechtstreeks naar het volgend avontuur: we gaan ruïnes verkennen die enkel bereikbaar zijn door 4 dagen te wandelen. 

We springen op het laatste transportmiddel van de dag dat terugkeert naar de echte wegen; een camion waar we in de laadbak springen bij vele anderen. 

We proberen die avond nog zo ver mogelijk te geraken naar het begin van de hike en onderweg ook eten te vinden voor tijdens de hike. Aangezien we van the middle of nowhere naar een andere middle of nowhere proberen te geraken is zowel transport als goed eten vinden moeilijk. We komen uiteindelijk na de middag de volgende dag aan op het startpunt van de hike met een zak droog brood, een paar koeken en een kilogram mandarijntjes. 

We wandelen naar Choquequirao. Het wordt de grote zus van Machu Picchu genoemd, want het schijnt dat  Choquequirao 3x zo groot is. Maar nog niet alles is proper opengelegd. Ook is Choquequirao minder compact als Machu Picchu; de site is meer verspreid over de bergtop en de verschillende flanken van de berg. Daarom dat een overzicht over Choquequirao er wel minder indrukwekkend uitziet als Machu Picchu. 

Het grootste verschil is dat er (nog) geen trein of kabelbaan naar Choquequirao aangelegd is, waardoor je deze enkel kan bereiken door twee dagen heen en twee dagen terug te wandelen. En de hike is enorm stevig! Dit maakt dat er dagelijks maximum 20 bezoekers zijn ipv 5.000. 

De hike begint op het topje van de ene kant van een vallei. Je daalt 1400 meter af naar de rivier, en aan de andere kant moet je weer 1400 meter stijgen. Vervolgens wordt de route verder gezet naar Choquequirao met nog meer hoogtemeters. Na je bezoek keer je langs dezelfde route terug: terug naar de ene top, en helemaal naar beneden, en helemaal naar boven aan de andere kant. 

Ginder ergens was het begin

We begonnen al laat de eerste dag: 14u. Later dan gepland maar toch streven we er naar om aan te komen op onze initieel geplande kampplaats: Halfweg bergop aan de andere kant van de vallei. 

Het is enorm warm en de ondergrond is stoffig. Het voelt als wandelen in de woestijn. We bedekken ons hoofd en gezicht om te beschermen tegen de zon en moeten veel drinken. 

Wanneer we aan het stijgende gedeelte beginnen verdwijnt de zon achter de bergen maar we hebben nog een stukje te gaan. Ik ben heel erg moe wanneer we de eerste kampplaats op het stijgende gedeelte bereiken. Het is ook volledig donker nu. We hebben echt heel slechte dingen van gehoord dus we willen hier eigenlijk niet blijven. Er liggen varkens op bedden en de mensen zijn ook gewoon niet vriendelijk. Ook al is het donker en zijn we moe, we zetten nog 20 minuutjes verder naar de betere camping wat ons oorspronkelijke doel was. Jammer genoeg zijn we wel net te laat om nog avondeten te krijgen, dus doen we het met ons brood. 

De dag nadien wandelen we tot de top waar de laatste slaapplaatsen zijn. We kunnen onze rugzak hier afzetten en we wandelen verder naar Choquequirao met een klein rugzakje. 

Choquequirao verkennen was echt super leuk. Het ligt zo verspreid dat we op onze map moeten kijken waar we nog iets kunnen ontdekken. Als je geen goede map op je gsm hebt kun je echt dingen missen! We wandelen 4,5u rond in de vergeten stad! 

Het allercoolste was het beste verstopt. Alexander wist dat we dit niet mochten missen. Al goed dat hij het ergens had gelezen, anders zouden we er niet heen zijn gegaan want het verricht nog veel extra moeite na de al stevige hike. 

Langs de andere kant van de berg zijn heel veel steile terrassen te zien. Terrassen zijn meestal niet de dingen die je perse van dichtbij moet gaan kijken. Maar langs deze terrassen, die maar voor een stukje zijn vrijgemaakt van begroeiing, volgden we de hele steile en grote treden ver naar beneden. (En daarna dus ook terug naar boven)

Zoek Margo

Helemaal onderaan stond er een mooie verrassing te wachten: lama mozaïeken in de terrassen gevormd door witte stenen. Vanaf de mirador had je een mooi overzicht, dit was echt iets heel unieks dat we nog nooit bij andere ruïnes gezien hadden en we hebben er echt wel veel gedaan! 

Door de leuke verrassingen en echt het ontdekkingsreiziger-gevoel dat we kregen van deze ruïnes te verkennen werd deze ruïne onze nummer 1! 

We kwamen bijna niemand tegen, enkel af en toe iemand in de verte op een andere plaats in de stad. 

Vanuit onze lodge ‘s avonds hadden we zicht op een grote bosbrand aan de overkant van een andere vallei. Een vuurtje dat uit de hand is gelopen. In Ecuador en Peru is het een standaard activiteit als je u verveelt: een stuk natuur in brand steken. We zijn het regelmatig tegengekomen tijdens het hiken; Zwarte stukjes grond, soms zie je er een doosje stekjes naast liggen. Heel raar. Vaak zijn het ook boeren die hun stuk land afbranden na de oogst, maar soms ook jongeren die met een jerrycan in de hand gelukzalig naar hun bosbrandje staan te kijken vlak naast de baan. Dit laatste tafereel namen we waar vanuit de auto toen we terug naar Cusco reden na deze trek. En het rare is dat niemand zich hier zorgen over maakt. Maar soms loopt het dus wel degelijk uit de hand. Er waren verschillende branden in de buurt, ook zijn er momenteel erge bosbranden in het Amazonewoud in Bolivië en Brazilië wat maakt dat de uitzichten de laatste tijd altijd heel troebel zijn.

De volgende dag gingen we proberen in een trek terug naar de start te wandelen. Volledig naar beneden en volledig naar boven dus. Vooral omdat we eigenlijk geen zin hadden om twee dagen te wandelen over dezelfde route en om tijd uit te sparen. En het is ons goed gelukt! Wat maakt dat we de volledige hike dus op 2,5 dag gedaan hebben ipv 4. 

We keerden terug naar het leuke Cusco  waar we een groot deel van onze spullen achterlieten 9 dagen geleden toen we onze hike startten naar Machu Picchu. Hier spendeerden we nog een laatste nacht voor onze reis naar een nieuw deel in Peru: Huaraz.